Jan van Tongeren
Ook de dorpsdokter van Oldebroek heeft veel voor Jan betekend. Hij woonde in het pand Zuiderzeestraatweg 104, aan de andere kant van de Kerk waar nu kapsalon Van Koot is gevestigd. Jan was kind aan huis bij de doktersfamilie en kluste er veel, o.a. mocht hij schilderijlijsten repareren en mooie dingen uit het statige huis natekenen, waaruit misschien wel zijn voorliefde voor het stilleven is ontstaan. De dokter had een prachtige collectie schilderijen aan de wand, van bekende schilders uit de Haagse School en vertelde daarover aan de intens luisterende kunstenaar in de dop.
Domineesdochter Fanny van de Werfhorst zorgde ervoor dat Jan van Tongeren een studiebeurs kreeg om in Amsterdam te kunnen studeren. Deze beurs van 990 gulden per jaar was nog geen vetpot maar wel een grote stimulans voor zijn ambities. De aanzet voor de steun van Fanny was het feit dat de aankomend kunstenaar een mooi portret had getekend van haar moeder, de statige corpulente domineesvrouw. Voor het tekenen van dergelijke portretten was de nog jonge Van Tongeren in Oldebroek een veel gevraagd man geworden. Bovendien werd hij ook gestimuleerd door mevrouw Van Sytzama, de vrouw van de burgemeester van Oldebroek. Toen hij jaren later slaagde voor zijn Tekenakte M.O. gaf zij hem een volledig gevulde schilderskist als cadeau.
Burgemeester Van Sytzama zelf was een bitse man en als Baron wat afstandelijk naar de Oldebroeker bevolking, maar hij was wel trots op zijn Oldebroeker jongen die in Amsterdam was geslaagd. Dat liet hij aan andere jongeren vaak merken. Na zijn studietijd in Amsterdam en nadat hij met zangeres Hermine was getrouwd kwam het echtpaar Van Tongeren nog met enige regelmaat voor een korte vakantie en familiebezoek naar Oldebroek. Ze logeerden dan in Hotel Herkert waar toen Arie Herkert senior de scepter zwaaide.
De Amsterdamse tijd
In 1921 vertrok Jan van Tongeren definitief uit Oldebroek naar Amsterdam, aanvankelijk om te studeren maar hij bleef er zijn hele leven en overleed er in 1991. Zijn opleiding kreeg hij op de Rijksnormaalschool voor tekenleraren, gevestigd boven het Rijksmuseum. Aan dit instituut was hij vervolgens 40 jaar lang als docent verbonden totdat hij op 65-jarige leeftijd pensioen kreeg. Al snel werd hij lid van de gerenommeerde hoofdstedelijke Kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae en schaarde hij zich in de rij van de zogenaamde magische realisten Dick Ket, Raoul Hynckes, Pyke Koch en Carel Willink. Van deze vereniging was hij vele jaren bestuurslid en vier jaar voorzitter.
Onder de collegakunstenaars stond Van Tongeren in hoog aanzien, de directeur van het opleidingsinstituut, Huib Luns, (de vader van de latere politicus Jozef Luns), prees de discipline die in zijn stillevens, maar ook in zijn zeldzame landschappen tot uitdrukking kwam.
Avallon Frankrijk 1982
Kunstcriticus Adriaan Venema, die een boek schreef over Jan van Tongeren, noemt hem een man met levendige ogen die alles zien en perfect waarnemen kon. Prof. Dr. H.R. Rookmaker hoogleraar kunstgeschiedenis schreef over Jan van Tongeren: De kunst van Jan van Tongeren is geen kunst die je in het gezicht slaat, zijn kunst vraagt aandacht en alleen de kijker die rustig en oplettend wil waarnemen, worden de bijzondere kwaliteiten duidelijk.
De Kunstcriticus van het Algemeen Dagblad
J.H. de Bois schreef in 1936 over een tentoonstelling in Amsterdam: Onder de jongere kunstenaars valt het werk van Jan van Tongeren op, de beide tekeningen van moleninterieurs zijn opmerkenswaard.
Galerie Siau in Amsterdam werd het verkooppunt voor Jan van Tongeren. Van daaruit volgde zijn doorbraak naar internationale erkenning.
Jan van Tongeren heeft vijfenvijftig jaar in het zelfde atelier vierhoog aan de Albert Neuhuijsstraat in Amsterdam gewerkt. Het was geen groot atelier, maar het had een ruim voorportaal dat volgestouwd was met attributen die hij verwerkte in zijn stillevens. Veel van deze voorwerpen waren ook een herinnering aan zijn jeugd in Oldebroek. Het door dichtgeslibde netvliezen verminderde gezichtsvermogen verhinderde hem om op negentigjarige leeftijd nog zeer verfijnde schilderijen te maken. Op 94-jarige leeftijd overleed Jan van Tongeren na een zeer werkzaam en vruchtbaar leven.
Grootmoedertijd
Het is algemeen bekend dat in het Boerderijmuseum aan de Bovenstraatweg volop valt te genieten van huishoudelijke voorwerpen uit grootmoeders tijd. Bij het grote publiek is het minder bekend dat de stillevens van Jan van Tongeren ook een schat aan informatie bevatten over voorwerpen uit het verleden die door hem natuurgetrouw en verfijnd op het doek zijn gezet. Een voorbeeld hiervan is de destijds door huismoeders dagelijks gebruikte handkoffiemolen die meerdere malen voorkomt in zijn schilderijen en symbool staat voor de huiselijke sfeer in vroeger tijd.

Stilleven met wasbord en zeepbakje
Een huishouden zonder elektrische wasmachine is nu bijna ondenkbaar. In een stilleven met een wasbord en een geëmailleerde grijs zeepbakje herinnert Van Tongeren ons er fijntjes aan hoe de was in vroeger tijden met veel lichamelijke inzet door het zwakke geslacht werd gedaan.
Heel mooi weet hij ook een stilleven samen te stellen met uitsluitend witte voorwerpen op een wit tafelkleed; een lampetkan, een waskom en een kleine kom. Het is een stilleven dat getuigt van properheid op zijn Hollands.

Wit stilleven

Stilleven met gietijzeren ketel aan een ketting
Wonende in het grootsteedse Amsterdam zijn de
gedachten van Jan van Tongeren kennelijk nog vaak afgedwaald naar het landelijke Oldebroek.
De hoge betegelde schouw in het voorhuis, met aan een verstelbare ketting een robuuste zwarte gietijzeren ketel ziet hij voor zich en ook de blinkende koperen ketel met indeukingen van ouderdom. Beide komen herhaaldelijk voor in zijn stillevenschilderijen. Het toppunt van stofuitdrukking is de prachtige bronzen vijzel met stamper.
In vroeger tijd was dit
een pronkstuk in de werkkamer van huisartsen.

Stilleven met bronzen vijzel en stamper
Bij het schilderen hiervan zal Jan van Tongeren aan de Oldebroeker buurman gedacht hebben, waar hij menig leerzaam uurtje had doorgebracht. Ook in het keukengerei vond Jan van Tongeren zijn inspiratie. Op een rode ondergrond schildert hij als contrast een helder wit vergiet met de bekende koffiemolen en een conservenblik.
Bijzondere herinneringen aan Oldebroek zien we in het schilderij waar naast de koperenketel, een houtenbotervat staat afgebeeld. Dit doet denken aan het bedrijf van vader Teunis van Tongeren waar Jan zijn jeugd had doorgebracht.
Persoonlijke ontmoetingen
Voor het eerst in de geschiedenis van Oldebroek werd in 1949 in de zaal van de Boerenleenbank, nu zalencentrum De Brink, een tentoonstelling van schilderijen gehouden. De plaatselijke kunstenaars Gerrit Knikker, Gerrit Jan van Dorp, Henk Jonker, Kees Pel en Andries van der Beek toonden er hun werk. De tentoonstelling werd aangevuld met werk van de gastexposanten Jos Lussenburg, Jaap Hiddink, Chris ten Bruggekate, Frans Huijsmans, Hendrik Verburg en Cor Vremdenburg uit Nunspeet en met als hoogtepunt de oud-Oldebroeker Jan van Tongeren uit Amsterdam. Samen togen twee van de Oldebroeker schilders naar Amsterdam om in het atelier van Jan van Tongeren een werk uit te zoeken en per trein naar Oldebroek te vervoeren.
De opening van de tentoonstelling werd verricht door burgemeester J. Luiting Maten. De kunstrecensent van de Zwolse Courant, Hans Wiersma schreef over Jan van Tongeren:
Wanneer men door de expositieruimte dwaalt om zich een goed beginpunt te zoeken. dan blijft de blik onwillekeurig hangen aan het stilleven van Jan van Tongeren. Het is een getuigenis van vakmanschap zoals men die bij grootheden van deze tijd uitgedrukt vindt. Als voorbereiding op het examen voor de tekenakte vond in 1961 opnieuw een ontmoeting met Jan van Tongeren plaats. Het was zinvol om je door hem als deskundige te laten informeren over de gewenste literatuur voor het onderdeel kunstgeschiedenis. Van Tongeren was namelijk lid van de examencommissie. De derde ontmoeting met Jan van Tongeren was in 1962, het was in het gebouw van de Koninklijke Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag. Van Tongeren was daar samen met de Haagse kunstenaar Paul Citroen examinator in het vak portret- en figuurtekenen. De laatste ontmoeting met Jan van Tongeren was in 1989 bij de opening van zijn eretentoonstelling in het Raadhuis van Oldebroek.

Stilleven met oranje en rode accenten
De gerenommeerde kunsthandel Siau uit Amsterdam had voor deze gelegenheid een bijzondere collectie schilderijen afgestaan, aangevuld met werken uit particulier bezit o.a. van de Oldebroeker huisarts Frans van Duinen. Wethouder Gerrit Doornwaard opende deze tentoonstelling. Voorafgaande aan de tentoonstelling zegt Van Tongeren in de Elburger Courant: Ik vind het exposeren in mijn geboortedorp iets speciaals, ik ben nu 92 jaar en als mijn gezondheid het toelaat, dat moet je er altijd bij zeggen, zal ik op 9 september aanwezig zijn bij de opening.
