Welcome to Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
Zoek uitgebreid:  
Zoek met google:  
Abonneer u op de RSS-feed van het Streekarchivariaat!


Vestigingen
. Elburg
. Ermelo
. Harderwijk
. Nunspeet
. Oldebroek


Bezoekersinfo
. Blog Virt. Studiezaal
. Openstelling & Agenda
. Adressen
. Bezoekersreglement
. Tarieven
. Publicaties
. Wat is er nieuw?


Archief & Collectie
. Archieven
. Bibliotheek
. Foto
. Kranten
. Genealogie
. Rechtspraak & Notaris


Organisatie
. Archiefcommissie
. Jaarverslagen
. Sitemap

Alleen voor medewerkers
. Google Calendar


Modules
· Startpagina
· Index_Notaris
· Inhoudsopgave
· Links
· Oud nieuws
· Suggesties?
· Top 10
· Zoek uitgebreid


  
Inventaris van het oud archief van het Burger Weeshuis van Harderwijk (1407) 1554-1932
R. Wartena




Inhoudsopgave

Voorwoord
Inleiding
Verklaring termen

  1. Het Burger Weeshuis
    1. Algemeen
    2. Bijzondere onderwerpen
      1. Reglementering
      2. Personeel
      3. Zorg voor de wezen
      4. Bezit aangebracht door de wezen
      5. Eigendommen
        1. Algemeen
        2. Legaten
        3. Onroerende goederen
          1. Verwerving, vervreemding en onderhoud
            1. Arkemheen
            2. Ermelo en Doornspijk
            3. Halvinkhuizen
            4. Halvinkhuizerbroek
            5. Harderwijk
              1. Burger Weeshuis
              2. Binnen de stadsmuur
              3. Buiten de stadsmuur
            6. Heerde
            7. Hierden
            8. Huinen
            9. Hulshorst
            10. Nulde
            11. Nunspeet
            12. Slichtenhorst
            13. Sprieldermark
          2. Verhuur en verpachting
            1. Algemeen
            2. Arkemheen
            3. Ermelo
            4. Halvinkhuizen
            5. Harderwijk
              1. In de stad
              2. In de stadsvrijheid
            6. Hierden
            7. Huinen
            8. Hulshorst
            9. Nijkerk
            10. Slichtenhorst
          3. Houtverkopingen
        4. Zakelijke rechten
          1. Gebruik van het rouwlaken
          2. Keuring van de veerschepen
        5. Jaarrenten en leningen
      6. Financieel beheer
        1. Jaarrekeningen en bijlagen
        2. Overige financiële bescheiden
  2. Juffer Mulaerts deling
  3. De Spaar- en bewaarbank
  4. Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, Departement Harderwijk
  5. Fonds van het Hervormd Godsdienstig Onderwijs aan arme kinderen, de Kleine kinder bewaarschool en de Hervormde bewaarschool
  6. Het Groene Kruis
Regesten van akten



VOORWOORD

Op 2 december 1993 overleed op zesenzestigjarige leeftijd Rob Wartena, niet lang nadat hem de heuglijke tijding bereikt had, dat de Universiteit van Amsterdam hem een hoge wetenschappelijke onderscheiding, te weten een eredoctoraat in de letteren, had toegekend. En dat "vanwege de uitzonderlijke verdiensten op het gebied van de regionale geschiedenis". Die regio was Gelderland en dan met name de Veluwe en de Graafschap. Na zijn opleiding tot archiefambtenaar werkte Wartena achtereenvolgens bij het Rijksarchief in Gelderland in Arnhem (1953-1964), het gemeentearchief Zutphen (1964-1977) en het streekarchivariaat Oost-Gelderland (1977-1987). In zijn Arnhemse periode inventariseerde hij o.m het familiearchief Brantsen, het archief van kasteel de Cannenburg bij Vaassen en een aanvulling op het archief van de Kelnarij van Putten. In dat laatste bevinden zich ook stukken over de boerderij Bleyskamp, Neude Claesgoed en Ernst van de Sandegoed onder Putten, die hij bij het beschrijven van de archivalia van het Burger Weeshuis weer tegen zou komen (inventaris nrs. 128, 129, 154-158, 254-256, 283). In die tijd zag ook zijn belangrijkste publicatie het licht: Ontginningen en "Wüstungen" op de Veluwe in de veertiende eeuw. Dankzij enkele door Wartena bij Kootwijk ontdekte sporen van akkers en boerderijen kwam het daar tot een groot archeologisch onderzoek, waarbij een dergelijk "Wüstung" werd blootgelegd: twee dorpen, die in de twaalfde eeuw verlaten moesten worden door de bewoners ten gevolge van de opdringende zandverstuivingen.
In Zutphen inventariseerde Wartena o.m. de archieven van het Oude en Nieuwe Gasthuis. Van veel belang voor de middeleeuwse economische (stads-)geschiedenis was het publiceren van de stadsrekeningen van Zutphen (1364-1445/1446). Hoewel zijn werkzaamheden als coördinerend-streekarchivaris van het ten slotte 13 gemeenten omvattende streekarchivariaat Oost-Gelderland niet veel ruimte over lieten voor historisch onderzoek, begon hij toch aan wat zou moeten uitmonden in een dissertatie over "Collectief gebruik van grond in de zuidoostelijke Achterhoek". Zijn snel verslechterende gezondheidstoestand noopte Wartena ertoe in 1987 zijn ambtelijke loopbaan te beëindigen. Desgevraagd bleek hij gaarne bereid zijn nu vrije tijd te vullen met het inventariseren van zo'n "mooi oud archief" als dat van het Burger Weeshuis van Harderwijk. Kort voor het moment waarop verder werken onmogelijk werd, was de eigenlijke inventarisatie voltooid.
De heer S.S. Schilderman, vrijwillig medewerker bij het gemeentearchief, maakte de index. Mevrouw A.M. Gelton van het Veluws Museum verrichtte het typewerk. Dank aan de heer W.E. Kreikamp, die namens het College van Regenten coördinerend en stimulerend optrad, dank ook aan het college zelf, dat de inventarisatie van het archief en het verschijnen van deze inventaris mogelijk maakte.



INLEIDING

Op 21 oktober 1554 liet heer Johan van Speulde, waarschijnlijk pastoor van de Mariakerk te Harderwijk, op zijn sterfbed liggend, aan twee schepenen van Harderwijk in zijn huis een kistje met 740 gulden overhandigen, die gebruikt moesten worden om ter ere Gods een weeshuis op te richten. Al spoedig kwamen meer giften binnen, waaronder de duizend gulden van heer Bernt then Starte, commandeur van St. Jan, wel afzonderlijke vermelding verdient. Al in februari 1555 kon men de eerste stappen nemen om een huis en aangrenzende onbebouwde plaats op de hoek van de Donkerstraat en de Markt aan te kopen van het Minderbroederklooster. In het voorjaar van 1557 konden de nieuwbenoemde weesvader en -moeder en de eerste wezen, tot dan bij particulieren uitbesteed, hun intrek nemen in het nieuwe weeshuis. Ingevolge de wens van heer Johan van Speulde werd het oppertoezicht uitgeoefend door de magistraat van de stad, die hiervoor twee schepenen als over-provisor of overweesmeester aanwees. Met het beheer werden vier onderweesmeesters belast, die tenminste tweemaal per week de weesvader en de weeskinderen moesten visiteren om "goir regiment t'onderholden". Het aantal wezen bedroeg meestal circa tien kinderen. Dit betrekkelijk geringe aantal werd veroorzaakt door het opnemingsbeleid, zoals dat in de ordonnantie van 1556 was vastgelegd. Opgenomen mochten slechts worden die volle wezen, waarvan beide ouders poorters of burgers van de stad waren, niet ouder dan tien jaar en goed gezond. Na de Reformatie gold ook nog, dat zij lid waren van de Gereformeerde, d.i. de Hervormde Kerk. De magistraat, die over de aanneming besliste, week van de eisen echter wel eens af.

In de laatste decennia van de zestiende eeuw werd de financiële toestand van het weeshuis precair, doordat velen de betaling van jaarrenten aan het weeshuis achterwege lieten. Achterstand in de betaling tot meer dan tien jaar kwam herhaaldelijk voor. Ongetwijfeld werd dit veroorzaakt door de oorlogstoestand op de Veluwe, die door Spaanse troepen vanuit Zutphen en Deventer bij voortduring onveilig werd gemaakt. Het stadsbestuur schoot het weeshuis te hulp, door hieraan in 1583 de bezittingen van het opgeheven begijnenconvent te geven. De opneming van wezen werd beperkt, door in 1597 voor te schrijven, dat niet alleen de ouders, maar ook de grootouders poorter van de stad geweest moesten zijn. De weesmeesters zullen het risico van belegging in jaargelden hebben ingezien. Dit zal de reden zijn geweest, waarom zij vanaf het einde van de zestiende eeuw op vrij grote schaal land in de omgeving van Harderwijk en Putten gingen aankopen. Toen de financiële positie van het weeshuis weer gezond was, werd ook het opnemingsbesluit weer ruimer. Meermalen gaf het stadsbestuur toestemming voor opneming van wezen, waarvan een der ouders niet in Harderwijk was geboren, maar in Hierden.

Tegen het midden van de achttiende eeuw werd de positie van het weeshuis opnieuw hachelijk. Ook nu trachtte het stadsbestuur uitkomst te bieden. Het was ditmaal een veel moeilijker probleem, omdat de jaarlijkse tekorten van 400 à 500 gulden structureel waren. Want in het weeshuis, dat sedert 1650 in het Oude Mannenhuis was gevestigd, verbleven nu 17 wezen, soms zelfs nog meer. Incidentele giften door de stad, het St. Nicolaas- of Kramersgilde en de Juffer Mulaertsdeling boden slechts tijdelijk soelaas. Een vermeerdering van de vaste inkomsten was noodzakelijk. In 1751 werd aan de veerschippers toegestaan hun schepen in plaats van 18 jaar voortaan 30 jaar in de vaart te houden. Schepen die ouder waren dan 21 jaar moesten echter jaarlijks op de helling worden gekeurd. Vanaf 1757 moest voor iedere keuring twintig gulden aan het Burger Weeshuis worden betaald. In 1758 werd vrijstelling van het waaggeld verleend. Nadat het Burger Weeshuis in 1757 begonnen was met het verhuren van rouwlakens, verkreeg het in 1760 het alleenrecht van verhuring. Dit was een niet onaanzienlijke vermeerdering van de vaste inkomsten. De op lange duur belangrijkste maatregel was, dat in 1757 de Juffer Mulaertsdeling, die een dertigtal weduwen ondersteunde, onder de administratie van de twee jongste weesmeesters werd gebracht. Weliswaar bleef deze stichting losstaan van het Burger Weeshuis. Eerst in 1830 werd besloten de administraties samen te voegen. Maar in moeilijke tijden kon het weeshuis vrijelijk gebruik maken van de kasgelden van de Juffer ' Mulaertsdeling, hetgeen vooral in de moeilijke decennia na 1795 een uitkomst bleek.

In de eerste helft van de negentiende eeuw gingen de regenten zich meer en meer onafhankelijk van het gemeentebestuur opstellen. In 1841 stelden de regenten nieuwe voorwaarden op voor de toelating van wezen. Weliswaar legden zij deze "nadere bepalingen" ter goedkeuring voor aan de stadsregering, welke in 1844 door de gemeenteraad werd gegeven, maar daardoor konden de regenten voortaan zelf beslissen wie zij wilden opnemen! Het gebruik om de jaarrekeningen door het gemeentebestuur te laten goedkeuren, werd tussen 1839 en 1847 gestaakt. Toen ingevolge de armenwet van 1854 het Burger Weeshuis in een der categorieën van instellingen geplaatst moest worden, aarzelden de regenten niet om het Burger Weeshuis te plaatsen in categorie 2c, te weten onder de instellingen door bijzondere personen of door bijzondere, niet kerkelijke, verenigingen geregeld en bestuurd. De gemeenteraad ging hiermede 21 februari 1855 akkoord, waarmede de band met het stadsbestuur, zoals die vanaf de oprichting had bestaan, werd doorgesneden. De regenten voorzagen voortaan zelf in de benoeming van nieuwe regenten. In 1872 werd een nieuw gebouwd weeshuis aan het Kerkplein betrokken. In 1912 moest ingevolge de nieuwe armenwet 1912 de classificatie van het Burger Weeshuis opnieuw worden bezien. Een diepgaand onderzoek bracht de burgemeester tot de overtuiging, dat plaatsing onder 2c in 1855 ten onrechte was gebeurd. Zijns inziens was het Burger Weeshuis vanouds een gemeentelijke instelling, door de burgerlijke overheid geregeld en van harentwege bestuurd. Hij stelde dan ook plaatsing onder letter a voor, maar in het college van Burgemeester en Wethouders werd hij overstemd. Weliswaar werd daarna de Juffer Mulaertsdeling wel onder a geplaatst, maar dit besluit werd vervolgens door Gedeputeerde Staten vernietigd, waarna ook deze stichting onder letter c werd geplaatst.

In 1919 werd de zaak opnieuw ter discussie gesteld. De burgemeester liet archivaris Berends een uitvoerig onderzoek instellen in het stadsarchief. De regenten van het weeshuis weigerden hun archief voor raadpleging open te stellen. In 1923 werd het Burger Weeshuis onder letter a van artikel 2 van de armenwet 1912 geplaatst als gemeentelijke instelling. Omdat de gemeenteraad nu het benoemingsrecht had, benoemde men de burgemeester, de twee wethouders en twee raadsleden tot regenten. Uiteraard weigerden de zittende regenten het veld te ruimen. De gemeenteraad wilde de zaak niet op de spits drijven en besloot in 1924 de vier zittende regenten als zodanig te benoemen, naast de heer H. Cozijnsen, die in 1923 door de gemeenteraad als nieuwe regent was benoemd. De oude regenten weigerden echter deze benoeming te aanvaarden, omdat zij het benoemingsrecht van de gemeenteraad niet wensten te erkennen. Hierop volgden vele jaren waarin beide partijen tegen elkander procedeerden, tot voor de Hoge Raad toe, die tenslotte in 1932 de oude regenten in het ongelijk stelde. Daarop vond 31 mei 1932 de overdracht van het Burger Weeshuis en zijn bezittingen aan het college van nieuwe regenten plaats.

Deze datum is gekozen als einddatum van het oud-archief, mede omdat de archiefvorming na die dag duidelijk op andere leest werd geschoeid. Op advies van de advocaat Stenfert hadden de "oude regenten" op hun vergadering van 21 november 1923 besloten "het archief in veiligheid te brengen tegen mogelijke boljewistische aanslagen der zoogenaamde nieuwe regenten". Met de "schifting der stukken" werden de regentessen, dit wil zeggen de echtgenotes van de regenten, die ook betrokken waren bij het beheer en de dagelijkse gang van zaken in het weeshuis, de dames Neeb en Stel, belast. Dat uit het register van opgenomen weeskinderen de bladen over de jaren 1757-1847 zijn gescheurd, moet hen misschien niet worden aangerekend. Maar het lijdt geen twijfel dat het notulenboek over 1830-1847 en mogelijk bestaand hebbende oudere notulenboeken, de jaarrekeningen over 1840-1846, de ingekomen stukken vanaf 1835 en andere archivalia aan het nieuwsgierig oog van de nieuwe regenten onttrokken moesten worden. Omdat ver na de overdracht in mei 1932 nog kans bestond, dat de oude regenten persoonlijk zouden worden aangesproken voor de gemaakte proceskosten, werden ook de stukken over het beheer in de voorafgaande jaren niet overgedragen. Op aandringen van de burgemeester besloot men tenslotte dat alle gemaakte proceskosten ten laste van het Burger Weeshuis zouden worden gebracht. De archivalia zijn wel heel afdoende in veiligheid gesteld, want ook nu ontbreken zij in het archief. Het zal helaas wel een illusie zijn te hopen dat zij nog eens tevoorschijn zullen komen!

Achter het archief van het Burger Weeshuis zijn de archieven geplaatst van de Juffer Mulaertsdeling en van enige verenigingen en scholen, waarvan het bestuur mede door regenten van het Burger Weeshuis werd gevormd. Het kasboek van het Groene Kruis kan ook op andere wijze in het Burger Weeshuis zijn beland. Van de oorkonden tot 1600 zijn regesten gemaakt, waarin zoveel mogelijk alle in de akten voorkomende gegevens en namen zijn opgenomen, zodat ook belangstellenden die het oud-schrift niet kunnen lezen, toch van de volledige inhoud kennis kunnen nemen. Deze zelfde overweging heeft ertoe geleid ook van de charters na 1600 ongebruikelijk uitvoerige inventarisbeschrijvingen te maken.

R. Wartena.



VERKLARING VAN ENKELE IN DEZE INVENTARIS VOORKOMENDE TERMEN

N.B. Deels ontleend aan het Lexicon van Nederlandse archief termen, Den Haag 1983.
  1. akte: een geschrift, opgemaakt om als rechtsgeldig bewijs van het daarin vermelde te dienen.
  2. charter: een blad perkament, waarop een akte is geschreven, die ter bekrachtiging is bezegeld.
  3. chirograaf: gedeelte van een blad perkament of papier, waarop oorspronkelijk twee of meer akten betreffende dezelfde rechtshandeling waren geschreven met openlating van een tussenruimte voor het plaatsen van een aantal letters of cijfers, welke akten vaneen zijn gesneden door een zigzagsnede door die tussenruimte
  4. concept: ontwerp van een geschrift.
  5. deel: een aantal in boekvorm genaaide of gebonden bladen of katernen.
  6. dorsaal/in dorso: op de keerzijde (rug) van een stuk.
  7. extract: uittreksel, afschrift van een passage of van bepaalde gegevens uit een geschrift.
  8. getransfigeerd: zie transfix.
  9. journaal: register, waarin men in chronologische volgorde ontvangsten en/of uitgaven boekt om met behulp van die gegevens het saldo te kunnen bepalen.
  10. katern: een aantal (oorspronkelijk vier) in elkaar gevouwen en ingenaaide bladen papier of perkament.
  11. legger/ligger: een staat van: a. te ontvangen vaste inkomsten. b. voor onbepaalde tijd vastgelegde gegevens betreffende onroerende goederen.
  12. memorie: een geschrift, houdende een beschouwing of verhandeling over een bepaald onderwerp.
  13. memoriaal: een geschrift waarin men chronologisch de handelingen en voorvallen boekt (die verandering veroorzaken in de grootte van het vermogen).
  14. omslag: een beperkte aantal bescheiden, bijeengehouden door een daaromheen gevouwen blad papier.
  15. oprukking: uitstel (meestal voor 6 jaar) van de verplichting om horig te worden om beleend te kunnen worden met een horig goed.
  16. reces: zie resolutiën.
  17. regest: beknopte weergave van de inhoud van een akte.
  18. register: een archiefbestanddeel waarin: a. gegevens rechtstreeks zijn vastgelegd. b. afschriften van bescheiden of gegevens uit bescheiden zijn opgenomen.
  19. request: verzoekschrift, opgemaakt in een bepaalde vorm en gericht tot het openbaar gezag.
  20. resolutiën: (bescheiden die de) besluiten van een bestuursaanvraag (bevatten).
  21. staat: een geschrift, houdende een opgave van gegevens, die in een andere vorm dan één rij zijn gegroepeerd.
  22. transfix: wanneer de zegelstaart(en) van één of meerdere charters, door een ander charter zijn gestoken.
  23. zegelstaart: strookje perkament waarop het zegel is gedrukt.



A. Het Burger Weeshuis

    I. Algemeen

    1. Register, houdende lijsten van

      1. a. de weesmeesters, 1555-1701 (zie ook inv. nr. 100)

      2. ontvangen giften, 1554-1647

      3. de weesvaders en -moeders en hetgeen zij hebben ingebracht, 1558-1586

      4. beleggingen, 1555-1595

      5. de weeskinderen, hetgeen zij hebben ingebracht en hetgeen zij bij hun vertrek hebben medegekregen, 1555-1755

      6. inventarissen van het huisraad en linnengoed en van enige aankopen, 1564-1664

      7. de uitzet van vertrekkende wezen, ca. 1565

      8. gehuurde landerijen, 1565, aangelegd ca. 1555. 1 deel.

    2. Register, houdende

      1. instructie voor de weesvader, -moeder, -knecht en -maagd 1637, pag. 1-2,

      2. resoluties van de schepenen inzake de toelating van wezen, 1636-1640, pag. 11-12,

      3. resoluties van de schepenen inzake de toelating van wezen, 1556-1636, pag. 13-16,

      4. afschriften van rentebrieven, aangelegd 1571 en bijgehouden tot 1578, pag. 17-33,

      5. extracten uit het resolutieboek van de stad Harderwijk,
        1625-1670, 1694-1696, 1723-1793, pag. 75-137, gevolgd door een index hierop. 1 deel.

      6. N.B. reg. nrs. 7-10, 16-18, 21, 24-26, 28, 30-33.

    3. Instructie-, privilege- en resolutieboek, 1757-1793, 1810-1829. 1 deel.
        N.B. Hierin tevens afschriften van de akte van 26 november 1556 (reg. nr. 31), oudere reglementen en instructies, de begrafeniskosten van Peter Hoppenbrouwer, 1757, en die van Frank van Asselt, 1762, en lijst van de veerschepen te Harderwijk en hun vervanging, 1757-1810 (In 1751 werd door de magistraat aan de veerschippers toegestaan hun schepen in plaats van 18 jaar 30 jaar in de vaart te houden. Schepen ouder dan 21 jaar moesten jaarlijks op de helling om gekeurd te worden, waarbij het Burger Weeshuis 20 gulden ontving).
        p.m. "particuliere aantekeningen omtrent het Groot Burger Weeshuis" en "Tot eigen genoegen gehouden notulen" door de regent S.J.F. de Ranitz, 1840-1844. In inv. nr. 684.

    4-8. Notulen, 1847-1932. 5 delen.

      1. 1847-1871.

      2. 1871-1888.

      3. 1888-1898.

      4. 1898-1914.

      5. 1914-1932 mei 31.

      6. N.B. De notulen vanaf 1924 zijn bijgehouden door de "oude regenten".

    1. Notulen van de gecombineerde vergaderingen van regenten en regentessen tijdens afwezigheid van mevr. Neeb, 1905. 1 katern.

    2. Memoriaal en notulen van de gecombineerde vergaderingen van de regenten, regentessen en de directrice, 1921-1923. 1 deel.

    3. Stukken betreffende de opmaking van de staat van het Burger Weeshuis, vereist door de Armenwet, 1855. 1 omslag.

    4. Staten, opgemaakt ingevolge de Armenwet, betreffende de kosten van beheer en de kosten van de verzorging van de wezen. 1883-1905. 1 deel.

    5. Staten, opgemaakt ingevolge de Armenwet, 1884-1898, 1917-1922. 1 omslag.

    14-15. Register houdende "korte aanteekeningen betreffende het weeshuis", 1898-1921. 2 delen.

      1. 1898-1905.

      2. 1905-1921.

    1. Stukken betreffende de processen, gevoerd tussen de nieuwbenoemde regenten en de "oude regenten", 1925-1932. 1 omslag.

    2. Brief van de regenten van het weeshuis te Amsterdam aan de regenten van het Burger Weeshuis te Harderwijk met verzoek het uit Amsterdam weggelopen weeskind met de veerman op , Amsterdam terug te zenden, 1642. 1 stuk.

    3. Missiven en brieven, ingekomen bij de regenten, 1789, 1801, 1810, 1815-1835, 1842. 1 pak.

    4. Ingekomen brieven, 1872-1883, 1908, 1917, 1919. 1 omslag.

    5. Klapper op de ingekomen stukken, 1906-1918. 1 deeltje.

    21-24 Kopieboeken van uitgaande brieven, 1886-1932. Incompleet. 4 delen.

      1. 1886-1895.
      2. Met aan ommezijde lijsten van geleverde turf, broodbakkers, regenten, door de Mulaertsdeling bedeelde weduwen, kastegoeden en rekening-courant met het effectenkantoor Gebr. Aikema te Amsterdam 1883-1911.
      3. 1895-1906.

      4. 1909-1918.

      5. 1925-1932.

    II. Bijzondere onderwerpen


    A. Reglementering

    1. "Ordonnantie" voor het weeshuis, 1556. Met afschrift, 18de eeuw. 1 charter en 1 stuk.
      N.B. reg. nr. 31. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 243, 244.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 25

    2. Nader reglement voor de wezen, 1687. Afschrift. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 259.

    3. Instructie voor de weesmeesters, weesvader en weesmoeder, reglement voor de weeskinderen en lijst van hun uitzet, 1757. Met afschrift, 18de eeuw. 2 katernen.
      N.B. Gedrukt naar andere tekst: Moorman van Kappen p. 249-251, 256-258, 260.

    4. Reglement inzake de toelating van wezen, ca. 1797. Concept. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 261.

    5. Verzoekschrift van de regenten aan het gemeentebestuur tot wijziging van het reglement van 1556 ten aanzien van de toelatingseisen voor wezen, z.j. 19de eeuw. Concept. 1 stuk.

    6. Nader reglement voor de wezen, 1841. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 274-276.

    7. "Bepalingen en verordeningen voor de opneming van ouderlooze kinderen in het Burger Weeshuis te Harderwijk." Utrecht, 1844. Gedrukt. 72 deeltjes.

    8. Reglement voor de opneming van wezen. Minuut, 1896. 1 stuk.

    9. 33. Brief van de secretaris van zijn mederegenten, houdende een voorstel tot wijziging van het reglement, 1897. 1 stuk.

    10. Stukken betreffende een wijziging van het reglement teneinde in aanmerking te komen voor een subsidie van het Ministerie van Justitie, 1908. 1 omslag.

    11. 35. Reglement, 1924. Gedrukt. In duplo.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 282-292. 2 deeltjes.

    12. Verordening en instructie voor de gemeente-geneeskundigen en de vroedvrouwen, 1901. 1 katern.


    B. Personeel
      Zie ook inv. nr. 1, 2, 3, 27 en 377.

    1. Akte van aanstelling van Elbert Jansen en Jannetjen, zijn vrouw, tot weesvader en weesmoeder, 1591. Gelijktijdig afschrift. Met akte van aanstelling, 1592. 2 stukken.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 255 met het foutieve jaartal 1692.

    2. Akte van aanstelling van Floris Henrixszoon genaamd Kleyn van Graffhorst en Anneken, zijn vrouw, tot weesvader en weesmoeder, na dode van Elbert Jansen, 1596. Met bijgeschreven memorie over de aanstelling van Willem Gerritszoon en Evertjen Willems, zijn vrouw, 1597. 1 stuk.

    3. Akte van aanstelling van Frans Jansen van Dorsten en Willemijn Aerts, zijn vrouw, tot weesvader en weesmoeder, 1649. Gelijktijdig afschrift. 1 stuk.

    4. Instructie voor de weesvader en weesmoeder, voor de knecht en voor de meid, 1637. Afschrift ca. 1800. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 252.

    5. Instructie voor de vader en moeder in het weeshuis, 1883. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 277.

    6. Reglement voor het personeel van het weeshuis; met opgave van hetgeen iedere dag aan voeding verstrekt moet worden, 1897. 1 stuk.

    7. Instructie voor de vader en moeder van het weeshuis, 1902. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 280, 281.

    8. Instructie voor de directrice. Concept. 1 stuk.


    C. Zorg voor de wezen

    1. Memoriën over de betaling van weesjongens door hun leermeesters, 1582. 3 stukken.

    2. Reces van de Magistraat van Harderwijk, dat de kinderen van Michiel Henricxen in het weeshuis mogen worden opgenomen, 1622. 1 stuk.

    3. Brief van Egbert Jansen te Amsterdam aan de weesmeesters met het verzoek de naar Danzig gezonden jongen, over wie hij veel klachten ontving, ernstig te vermanen, z.j. 1 stuk.
      N.B. Betreft ws. Johan Jonck, die 15 juli 1616 naar Danzig vertrok.

    4. Lijsten van aan wezen verstrekte uitzet, 1759-1809. 1 omslag.

      Betreft:
      1. Jannetien, 1759

      2. Anna Ransan, 1782

      3. Jacob van Asselt, 1787

      4. Peter Olofsen, 1787

      5. Samuel Lewis, 1790

      6. Dirk Knaap, 1791

      7. Jan van Asselt, 1796

      8. Jacobus van Veldhuijzen, 1798

      9. Grietje van Asselt, 1803

      10. Alida Vastenhout, 1806

      11. Willemina Jacoba Sluiting, 1806

      12. Maria Vastenhout, 1808

      13. Hendrina Michelsen, 1809

    5. Register van opgenomen weeskinderen, 1848-1932. 1 deel.
      N.B. Aan het begin zijn bladen uitgescheurd. Aan de buitenzijde staat het opschrift: Register der kinderen 6 october 1757. Zie ook inv. nr. 1 e.

    6. Lijst van in 1923 aanwezige weeskinderen, 1923.1 stuk.

    7. Lijst van vertrokken weeskinderen, met opgave van hun verblijfplaats, ca. 1931. 1 stuk.

    8. Geboortebewijzen van in het weeshuis op te nemen kinderen 1855-1924. 1 omslag.

    9. Medische verklaringen van koepokinentingen en van de algehele gezondheidstoestand van weeskinderen, 1860-1896, 1921. 1 omslag.

    10. Lijst van de weeskinderen en de aan hen verstrekte uitzet, 1865-1905. 1 deeltje.

    11. Register van hetgeen door de weeskinderen is ingebracht aan erfenissen en van hetgeen hen bij vertrek is uitgekeerd, 1865-1907. Met bijlagen. 1 omslag.

    12. Lijst van de uitzet van de weeskinderen, 1897. 1 stuk.

    57-59. Kasboek van de spaarrekeningen der weeskinderen, 1859-1903. 3 delen.

      1. 1859-1889.

      2. 1877-1903.

      3. 1896-1903.


    D. Bezit aangebracht door de wezen

      Bij opneming in het weeshuis werden alle bezittingen van de wezen eigendom van het Burger Weeshuis. De archivalia betreffende onroerend goed en jaarrenten zijn daarom als retro-acta geplaatst onder het hoofdstuk Eigendommen. De overige archivalia, door hen ingebracht dan wel na hun opneming opgemaakt, veelal stukken betreffende de nalatenschap van hun ouders of grootouders, akten van huwelijksvoorwaarden en spaargelden, zijn hier bijeengeplaatst.

    1. Akte van huwelijksvoorwaarden tussen Andries Cornelissen en Elisabeth Aeltsen, 1546. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 20.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 60

    2. Akte betreffende de authenticiteit van de akte van huwelijksvoorwaarden tussen Henrick Jansen en Maria Everts, 1566. 1 charter op papier.
      N.B. reg. nr. 45.

    3. Verklaring van Gerrit Gerritsen zeemmaker, dat de voorkinderen van zijn neef Reyntgen Ravens in plaats van hun overleden vader in zijn nalatenschap gerechtigd zullen zijn, 1567. Afschrift ca. 1600. 1 stuk.
      N.B. Jacobgen en Gyessgyn Reyers werden in 1567 in het weeshuis opgenomen.

    4. Schuldbekentenis van Wolter Jansen van Pelt ten behoeve van Gerrit koperslager wegens een gekocht lang roer met vuurslot, eerst te betalen wanneer Nijmegen aan Staatse zijde is gekomen, 1586. 1 stuk.
      N.B. De kinderen van Gerrit Rutgers koperslager werden in 1587 in het weeshuis opgenomen.

    5. Memoriaal van vordering van wijlen Vroelick van Beets, 1593. 1 stuk.
      N.B. De kinderen van Lubbert Luytgens alias Vroelick van Beets werden in 1594 in het weeshuis opgenomen.

    6. Vonnis van de schepenen van Harderwijk in een proces tussen de erfgenamen van Woltergen Eyberts en Gerrit Henricks inzake hun nalatenschap, 1597. 1 stuk.

    7. Lijst van hetgeen Gerrit Henricksens Schriever aan renten en obligaties en anderszins te vorderen heeft, op zijn sterfbed uit zijn mond opgetekend door Steven Henricksen, 1609. Met desbetreffend stuk, 1609. 2 stukken.

    8. Akte, waarbij Henrick Henricxss Mackging verklaart 50 dalers verschuldigd te zijn aan zijn dochter Eefgen bij Beertgen Reyers, waarvoor hij haar jaarlijks 3 daler zal betalen uit zijn huis in de Viestraat, gelegen tussen de huizen van Jan Janss. van Voorst en Pouwel Gerritsz., 1612. 1 charter.
      N.B. In dorso: "Dit is Mackyns kyndts breeff, d'welck het weesenhuys neet genoeten heefft ende wordt alhyer tot dat voirss. kyndts behoiff bewaeret". Haar naam komt niet voor in de lijst van weeskinderen, door Moorman van Kappen gepubliceerd.

    9. Memorie van de afrekening met Aeltgen, weduwe van Roelof Cuper 1618-1619. 1 stuk.
      N.B. Zijn kinderen zijn in 1618 in het weeshuis opgenomen.

    10. Schuldbekentenis groot 106 gulden en 5 stuivers van Wichman Hendricksen en Goede Berents aan Aaltje Wijntjes, 1621. 1 stuk.

    11. Inventaris van de nalatenschap van Aelt [....], 1629. 1 stuk.
      N.B. De bovenrand is afgescheurd.

    12. Extract uit het Penningboek van de geldkas van de weeskamer te Leiden, houdende de ontvangst van 750 gulden van een der weesmeesters van Harderwijk, zijnde het aandeel van de drie kinderen van Pieter Henrickxzoon Clouck in hetgeen Woutertgen Hartges, weduwe van Cort Gerritssen Teraar, aan de vier kinderen van Pieter Clouck heeft gelegateerd, 1633. 1 stuk.

    13. Stukken betreffende de nalatenschap van Jutte Gerrits, weduwe van Reyer Everts, van wie het Burger Weeshuis erfgenaam is, 1626. Met akte van boedelscheiding over de nalatenschap van Naele Beenen, moeder van Reyer Everts, 1614. 4 stukken.

    14. Nota van Joachim van Zevender aan Fenneken Jans van Epe, dochter van Jan Breyer, wegens in 1629, 1633 en 1635 geleverd laken, schorten en ander goed, z.j. 1 stuk.

    15. Kwitantie voor Cornelis Helmichs en Marijke Jurriens, zijn vrouw, wegens uitkering aan Jan Henricksen van 1/3 deel van wol en linnen, nagelaten door Gerritje Laurents, vrouw van Rutger Henricksen, 1626. 1 stuk.
      N.B. Jannetien Jurriens, kleindochter van Cornelis Helmichs, werd in 1636 in het weeshuis opgenomen.

    16. Memorie van Cornelis Helmichs inzake het huwelijk en overlijden in 1630 van zijn zoon Jurrien Cornelisz. en de geboorte van diens dochter Jannetje in 1631. 1 stuk.

    17. Akte, waarbij Cornelis Helmichs en Marijke Jurriens, zijn vrouw, elkander lijf tochten in hun ongerede goed, mits Janneken Jurriens, dochter van hun zoon Jurrien Cornelis 1/3 deel van het bezit van de overledene zal ontvangen, 1632. 1 stuk.

    18. Brief, ingekomen bij Cornelis Helmichs van zijn neef Ipe Cornelis, wonende te Franeker, 1636. 1 stuk.

    19. Stukken betreffende de nalatenschap van Janneken Janss, weduwe van Pieter Andriess, 1641, 1643. 1 omslag.
      N.B. Van haar twee onmondige kinderen werd één in 1640 in het weeshuis opgenomen.

    20. Lijst van verkochte klederen van Jochem Wolters, in 1626 in het weeshuis opgenomen, 1642. 1 stuk.

    21. Brief van de weesmeesters aan Evertken Aerts, waarbij de door de V.O.C. aan haar uitgekeerde nalatenschap van haar broeder Beernt Aersen wordt opgeeist, 1643. 1 stuk.
      N.B. Beernt Aersen was in 1616 in het weeshuis opgenomen.

    22. Notarieel testament van Harmen Harmens en Evertien Arents Croon, zijn vrouw, 1647. 1 katern.

    23. Akte, waarbij burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijk als overprovisoren van het Arme Weeshuis volmacht geven aan Anthonis Piscator, weesmeester, om ten behoeve van het onmondige kind van Willem Jans de Goyer, wonend in het weeshuis, en van Broenis Henricks, voogd van de drie andere onmondige kinderen van Willem de Goyer, twee dammaten land te Eemnes boven de buitendijkse kerk gelegen, te verkopen, 1648. 1 charter op papier.
      N.B. Goesen Willems was in 1647 in het weeshuis opgenomen.

    24. Akte van verkoop van anderhalve schaar weiland in Meyn Elberts erf te Velde in het gericht van Eemnes door Evert Weegens te Nunspeet en de regenten van het weeshuis van Harderwijk vanwege de kinderen van Willem Jansen, waarvan één in het weeshuis is opgenomen, 1648. 1 stuk.

    25. Akte van overeenkomst tussen de weesmeesters en Claes Claessen van Wullen over de aanspraken van de weesmeesters op het huis van Gerrit Velicke op de nalatenschap van de ouders van Claes Claessen, 1650. 1 stuk.
      N.B. Twee kinderen van Gerrit Velicke zijn in 1650 in het weeshuis opgenomen.

    26. Brief aan de weesmeesters van Egbert Jansen te Amsterdam met het verzoek de jongelieden maandagavond te laten afvaren en voor twee weken kost mee te geven, omdat de schepen niet eerder zullen afvaren, ca. 1664 1 stuk.

    27. Stukken betreffende de nalatenschap van Andries Jansen, 1665, 1666. 1 omslag.
      N.B. Zijn kinderen zijn in 1664 in het weeshuis opgenomen.

    28. Latijns themaschrift van Abraham Rhodius, 1669. 1 deeltje.
      N.B. Abraham Rhodius is in 1664 in het weeshuis opgenomen.

    29. Lijst van kleren, sieraden en linnengoed van Jakobje Ricken, bestemd voor de kinderen van Peter Gijsbertsen, die in 1702 in het weeshuis zijn opgenomen, z. j .1 stuk.

    30. Memorie van ontvangsten uit een nalatenschap, waarin het weeshuis gerechtigd is, 1710/11. 1 stuk.
      N.B. Mogelijk waren de kinderen van Naeltien Alberts mede-erfgenaam.

    31. Staat van de verkoop van een inboedel uit een sterfhuis, 1736. 1 stuk.

    32. Testament van Hendrik van der Horst, weduwnaar van Dirkje Schuurman, wonende te Spaarndam, 1802. Afschrift d.d. 1807 of later. 1 katern.
      N.B. Geert je van der Horst, zuster van de testateur, woonde in Harderwijk.

    33. Testament van Trijntje Michiels de Jager, waarbij zij o.a. de kinderen van haar overleden broeder Rikkert de Jager, die in een "zeker Godshuis" te Harderwijk wonen, tot haar erfgenamen benoemt, 1807. Afschrift 1817. 1 katern.

    34. Testament van Hendrik Volten, waarbij hij aan de kinderen van zijn zoon Jan ieder 150 gulden nalaat, 1854. 1 stuk.

    35. Akte, waarbij de voogden van de drie minderjarige kinderen van Jan Volten hen vrijwaren van vorderingen op de ouderlijke boedel, 1859. 1 stuk.
      N.B. De kinderen werden in 1859 in het weeshuis opgenomen.

    36. Rekeningboekje van de kinderen Gerards bij de Spaar- en bewaarbank te Harderwijk, 1864-1880. 1 deeltje.

    37. Rekeningboekje van L.J. Gerards bij de Spaar- en bewaarbank te Harderwijk, 1875-1880. 1 deeltje.

    38. Rekeningboekje van Daniel van Aurich bij de Spaar- en bewaarbank te Harderwijk, 1892-1901. Met bijgebonden gedrukt reglement, 1879. 1 deeltje.

    39. Lijsten van uitgaven, gedaan voor de kinderen Van der Zwam, 1919, 1920. 1 omslag.

    40. Verklaring van Johanna G.M. Rouwenhorst, dat zij haar effecten en andere gelden van de regenten van het Burger Weeshuis heeft ontvangen, 1921. 1 stuk.


    E. Eigendommen


    1. Algemeen

    1. Legger van de bezittingen, obligaties en vaste lasten, 1757-1834 en lijst van de weesmeesters, later regenten genaamd, 1555-1932. 1 deel.

    2. Legger van vaste goederen en effecten, met opgave van de jaarlijkse ontvangsten, 1844- 1875. 1 deel.

    3. Staat van bezittingen en uitgaven, 1797. Met klad. 1 omslag.

    4. 103. Kennisgeving van hernummering van percelen in het kohier der verponding, 1811. 5 stukken.

    5. Kennisgeving van hernummering wegens hermeting van kadastrale percelen, 1850-1885. 1 omslag.

    6. Staat van de afkoop van tijnsen, herenguldens en rijsvoeders uit bezittingen van het Burger Weeshuis, 1824. 1 stuk.

    7. Akte van vrijstelling van grondbelasting wegens ontginning van heidevelden te Nunspeet. Met desbetreffende staat voor grond in de gemeente Putten, 1850. 2 stukken.

    8. Kennisgeving van herziening van de belastbare opbrengst van kadastrale percelen, 1875-1888. 1 omslag.

    9. Kaart van de bezittingen van het Burger Weeshuis in de gemeente Nunspeet, 1927. 1 kaart.

    10. Kaart van bezittingen van het Burger Weeshuis in de gemeenten Putten, sectie I en Nunspeet, sectie G, 1927. 1 kaart.

    11. Kaart van bezittingen van het Burger Weeshuis in de gemeente Harderwijk, 1931. 2 kaarten.

    12. Schetskaartje van perceel 2739 aan de Zoldersteeg te Harderwijk, z.j. 1 kaartje.


    2. Legaten

    1. Akte, waarbij Evert Wouterszen en zijn zonen de nalatenschap van heer Evert Reyersz. verkopen aan het weeshuis, 1556. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 28.
      Heer Evert had 100 daalders gelegateerd, waarvoor de erfgenamen ondermeer zijn bibliotheek en grond te Halvinkhuizen en Huinen overdroegen.

      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 112

    2. Brief aan de weesmeesters van Abraham van Vaneveld, proost van Coeninxvelt, met de mededeling dat hij de pond groot, door de wezen op St. Jacob 1575 verschuldigd, uit handen van Goesen, schipper te Harderwijk, op 3 december heeft ontvangen en dat hij bij testament aan de wezen 200 pond groot heeft nagelaten, waarvan 300 gulden als rentebrief ten laste van Ares Claessen, wonende in Maeslant; en 300 gulden als rentebrief ten laste van Johan Dyrckz. Bogge, wonende aan de Korenmarkt te Delft, 1575. 1 stuk.

    3. Memorie dat Bije Otten met toestemming van haar man Thyman Jans de helft van haar gerede goederen bij testament aan de wezen nalaat, 1599. 1 stuk.

    4. Memoriën over de legaten, door Joffer Gueda Schaep, vrouw van Aert van Hoeclum, en Niesgen Wouters gelegateerd aan instellingen te Harderwijk, waaronder het arme weeshuis, 1603. Met dorsale notitie, dat het legaat van Niesken Wolters in 1626 is uitgekeerd. 2 stukken op één blad.

    5. Testament van Reyer van Voorst, waarbij het weeshuis en het weduwenhuis te Harderwijk voor een derde gedeelte gerechtigd worden in zijn nalatenschap, indien de kinderen van zijn zoon Reyer van Voorst kinderloos zullen sterven, 1624. 1 stuk.

    6. Extract uit het recognitieboek van Harderwijk betreffende een legaat van 200 gulden voor het Burger Weeshuis, in 1784 gelegateerd door Helena Petronelle van de Clooster, z. j .1 stuk.

    7. Memorie over hetgeen in het "lopende boek onder het capittel van testamenten en legaten" en in de ligger der vaste goederen genoteerd moet worden inzake het legaat van 500 gulden van Anna Catharina Benigna van Ploschwitz, 1790. Met extract uit het testament van 1769, 1790. 2 stukken.


    3. Onroerende Goederen


    a. Verwerving, vervreemding en onderhoud


    1. Arkemheen

    1. Akte, waarbij juffer Elberta van Steenler, weduwe van Otto Schrassert een kamp land, groot 21/2 morgen, gelegen in de Arkemheen boven Diermen in het ambt Nijkerk, verkoopt aan het arme weeshuis, 1629. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 119

    2. Akte, waarbij Luitgen Henricksen aan het weeshuis verkoopt een kamp land, groot 11/2 morgen, gelegen te Nijkerk in de Arkemheen aan de Schremmersteeg, 1641. Met bijbehorende stukken. 1 charter en 3 stukken.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 120

    3. Akte, waarbij Henrick Schrassert en Catalina Maesen, zijn vrouw, en Winandt van Ommeren en Agnes Schrassert, zijn vrouw, 21/2 morgen land, genaamd het Lapjen, gelegen in de Arkemheen boven Diermen in het ambt Nijkerk, verkopen aan het arme weeshuis, 1646. Met onderhandse akte van verkoop, 1644. 1 charter en 1 stuk.

    4. Akte, waarbij de erfgenamen van burgemeester Celeman van Ommeren en Anthonia van Ommeren, zijn vrouw, aan het arme weeshuis verkopen het abtsgoed de Coenincx- of Acampen, groot 3 morgen, gelegen in de Arkemheen op de Arkergraft in het ambt Nijkerk, 1646. Met akte, waarin de Kelner van Putten consent verleent en de wees Henrick Ricksen hiermede beleent ten behoeve van het weeshuis, 1646. Met akte van consent van de Gelderse Rekenkamer, 1657. 3 charters, waarvan 2 getransfigeerd.

    123-127. Verdere stukken betreffende het Akampje, 1594-1756.
      N.B. Zie ook inv. nr. 157-159.

      1. Akte, waarbij de Kelner van Putten goedkeuring hecht aan de verkoop van het Akampje of Koninkskampje aan de Arckergracht door Henrick Scholten aan Celeman van Omroeren, 1594. 1 charter.
        N.B. reg. nr. 68.
      2. Akte, waarbij de Gelderse Rekenkamer haar goedkeuring hecht aan de opdracht d.d. 1594 van 3 morgen land, gelegen in de Arkemheen tussen de Erckergraff en de Olde Eycket in het ambt Nijkerk, gespleten uit het abtsgoed Roodengoed te Halvinkhuizen, door Henrick Scholten Aeltsz. aan zijn neef Celeman van Omroeren Wulffsz. en Joffer Antonia, zijn vrouw, 1602. 1 charter.
      3. Akte van belening en oprukking voor het weeskind Berent Buschman na dode van Jan Hermsen Fudde met het abtsgoed Acampje op de Erckergracht in het ambt Nijkerk, 1714. 1 charter.
      4. Akte van oprukking van het abtsgoed Acampje, 1744. Met akte van oprukking van de halve Woudescamp in de Arkemheen in het ambt Putten, 1744. 2 akten op één blad.
      5. Akten van oprukking van het Acampje, 1750, 1756. 2 stukken op één blad.

    1. Akte, waarbij de Kelner van Putten goedkeuring hecht aan de ingevolge vonnis van het Hof van Gelderland tussen Melis Jansen Wijncop en Henrick Elbersen getroffen overeenkomst over het Neude Claesgoed te Halvinkhuizen, houdende dat Henrick Elbersen, aan wie de helft van dit abtsgoed is toegewezen, de halve Woudskamp, groot 2 morgen, gelegen in de Arkemheen, als zelfstandig abtsgoed zal bezitten, 1642. 1 charter.

    2. Akte, waarbij de Kelner van Putten, na verkoop door Henrick Elbersen en Ennicke, zijn vrouw, waaraan hij zijn consent verleent, het weeskind Henrick Rijcksen ten behoeve van het Burger Weeshuis beleent met de halve Woudskamp, groot 2 morgen meenland, gelegen in het ambt Putten en afgespleten van Neude Claesgoed te Halvinkhuizen, en zes jaar oprukking verleent, 1642. Met akte van oprukking, 1654. 2 charters, waarvan één op papier.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 129

      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 129a

    130-134. Verdere stukken betreffende de halve Woudskamp, 1649-1756.

      1. Akte van oprukking van het abtsgoed de halve Woudskamp, 1649. Met in dorso aantekening over de oprukking van het Heyn Kraeckengoed. 1 stuk.

      2. Vonnis van een commissie ad hoc, waarbij aan de Woudskamp een nieuwe uitweg wordt gewezen aan de westzijde van de pol in Roeckxwerff, door de Graevenmaet en door het Gasthuisland tot op de dijk, 1659. 1 stuk.

      3. Akte van oprukking, 1710. 1 stuk.

      4. Akte van belening en oprukking voor het weeskind Berent Buschman na dode van Jan Hermsen Fudde ten behoeve van het Burger Weeshuis, 1714. 1 charter.

      5. Akten van oprukking, 1750, 1756. 2 stukken op één blad.

      6. N.B. Zie ook inv. nr. 157-159.

    1. Akte, waarbij Gos. Verstege, burgemeester van Zutphen, en Geertruid Schluyter, zijn vrouw, de Paelkamp, groot 2 morgen, gelegen in de Arkemheen boven Diermen, verkopen aan de Burgerwezen, 1725. Met bijbehorende volmacht. 1 charter en 1 stuk.

    2. Extract uit een register van de Kelnarij van Putten, houdende dat de Ossenkamp, groot 41/2 morgen, liggende op de Arckergraft, als zelfstandig goed is afgesplitst van Zeemansgoed, 18de eeuw. 1 stuk.

    3. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van de helft van de Huenderkamp in de Arkemheen in het ambt Nijkerk, waarvan het de andere helft reeds bezit, 1810. 1 katern.

    4. Akte van ruiling van stukjes grond aan weerszijden van de nieuw gegraven bedding van de Abeek of Kromme beek in de Arkemheense Polder te Nijkerk tussen het Burger Weeshuis en Adrianus Marcus, 1883. Met kaart 1 katern en 1 kaart.

    5. Agenda van de vergadering van dijkgraaf, heemraden en geërfden van de Arkemheense Polder, met in potlood bijgeschreven besluiten, 1845. 1 stuk.

    6. Reglement op het beheer van den Polder Arkemheen, Nijkerk, 1874. Gedrukt. 1 deeltje.

    7. Jaarrekening van de Polder Arkemheen, 1872. 1 deel


    2. Ermelo en Doornspijk

    1. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een hoeve hooiland op het Rijbroek in het ambt Ermelo, 1593. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 67.

    2. Akte, waarbij leden van de families Feith en Smits een plaatsje aan de Boterdijk in het ambt Ermelo en hooiland op de Meent in het ambt Doornspijk verkopen aan het Burger Weeshuis, 1735. 1 charter op papier.


    3. Halvinkhuizen
      Zie ook inv. nr. 496.

    1. Akte, waarbij Geysse Fransdochter aan de weesmeesters van Harderwijk verkoopt de helft van twee erven, gelegen in Halvinkhuizen, waarvan de andere helft Wolter Eversen toebehoort, leenroerig aan de abdis van Elten en door verkoopster geërfd van haar broeder Dirck Franssen, 1607. 1 charter.

    145-149. Verdere stukken betreffende et halve goed te Halvinkhuizen, 1562-1649.

      1. Akte van belening door de abdis van Elten van Derick Franssen met het halve goed te Halvinkhuizen, 1562. 1 charter.
      2. Akte van belening door de abdis van Elten van Geese Franssen na dode van Derick Franssen met het halve goed te Halvinkhuizen, 1604. 1 charter.
        Klik op het plaatje voor groter beeld
        Charter 146

      3. Akte van belening door de abdis van Elten van Dierick van Steynwordt genaamd Leyendecker als weesmeester met het halve goed te Halvinkhuizen, 1611. 1 charter.
        Klik op het plaatje voor groter beeld
        Charter 147

      4. Akte van belening door de abdis van Elten van Arnt Keyser na dode van Dietherich von Steinwürdt met het halve goed te Halvinkhuizen, 1631. 1 charter.
      5. Akte van belening door de abdis van Elten van Otto Gansneb genaamd Tengnagel na dode van Arndt Keyser met het halve goed te Halvinkhuizen, 1649. 1 charter.

    1. Akte van belening van het Burger Weeshuis met het halve goed Halvinkhuizen te Putten, na opdracht door Evert Woutersen, leenroerig aan de abdis van Elten, 1622. Met akte van belening, 1631. 2 charters.
      N.B. In dorso: B, Leenbrief van Cleyscamp.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 150-1

    2. Akte van belening door de abdis van Elten van Reyer Stevensen na dode van Walyck Dreesen, beleend in 1704, als hulder voor het Burger Weeshuis, met de erven Rohdergoed en Halvickhuizen, gelegen in de buurschap Halvinkhuizen, 1753. Met in dorso akte van confirmatie door de Gelderse Rekenkamer, 1755. 2 charters op één blad perkament.

    3. Akte, waarbij de kelner van Putten Goesen Gerritsen, weesvader, ten behoeve van de wezen beleent en oprukking verleent met het Hein Krakengoed in Halvinkhuizen, 1639. In dorso akte van oprukking, 1642. Met verdere akten van oprukking, 1654-1756. 1 charter en 1 omslag.

    4. Akte van oprukking van het abtsgoed Hein Krakengoed te Halvinkhuizen, 1744. Met akte van oprukking van het Steven Aertsengoed te Nulde, 1744. 2 akten op één blad papier.

    5. Eigendomsbewijs voor Elbert Cosijnsen, Gijsbertgen, zijn vrouw, Cornelis, Cunera en Alijda Andriessen, broeder en zusters, van een aandeel in 4 morgen land in Arkemheen, in het Neude Claesgoed te Halvinkhuizen, in een halve morgen, de Overhage, in Tellicht, in het erfje Ruussinkckskuil te Leuvenum en een rentebrief ten laste van de kinderen van Hendrick van Meholt, 1575. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 57. Mogelijk aan het Burger Weeshuis gekomen via de kinderen van Cornelis Andriessen, die in 1604 in het weeshuis werden opgenomen.

    6. Memorie over de kosten van oprukking van het Neude Claesgoed, 1659. 1 stuk.

    7. Akte van belening en oprukking van het weeshuis Berent Buschman na dode van Jan Hermsen Fudde met het abtsgoed, te weten een twaalfde deel van het Neude Claesgoed ten behoeve van het weeshuis, 1714. 1 charter.

    8. Akten van oprukking van Berent Buschman met de abtsgoederen Akampje, Halve Woudskamp, Hein Krakengoed en een deel van Steven Aertsengoed, 1768-1786. 4 stukken.

    9. Akte van belening en oprukking van het weeskind Jacobus van Velthuysen na dode van Berent Buschman met de abtsgoederen Akampje, Hein Krakengoed, Halve Woudskamp, een twaalfde deel van Neude Claesgoed en het Steven Aertsengoed, 1788. 1 charter.

    10. Akte van oprukking van de weesmeesters van het Akampje, Hein Krakengoed, de Woudskamp, Steven Aertsengoed en een twaalfde deel van Neude Claesgoed, 1794, 1800. 2 stukken.

    11. Kwitantie voor Jacob Rutgers wegens betaling van 6 schepel 1 spint rogge uit Rodengoed, 1615. 1 stuk.

    12. Memorie over de ontvangsten uit Rodenerf en Kleyskamp, 1650. 1 stuk.

    13. Kondschappen over de landerijen en rechten, behorende tot het Rodenerf en het halve Krakengoed, 1757, 1758. 3 stukken op 2 bladen.

    14. Stukken betreffende de bouw van een bakhuis op het Rodenerf. Met geveltekening en plattegrond, 1911. 1 omslag.


    4. Halvinkhuizerbroek

    1. Malenboek van het Halvinkhuizer-, Hoever- en Bijsterbroek, l738-1844. 1 deel.
      N.B. Bevat vanaf 1815 alleen de goedgekeurde jaarrekeningen.

    2. Legger van in erfpacht uitgegeven landerijen, 1817-1843. 1 deel.

    3. "Memoriaal der ontvangsten en uitgaven", jaarrekeningen van het Halvinkhuizerbroek, 1844-1859. 1 deel.

    4. Concept-notulen van een vergadering van de commissie tot regeling van de scheiding en opheffing van de Halvinkhuizer-, Bijsterse- en Hoeverbroeken, 1843. In duplo. 2 katernen.

    5. Stukken betreffende de verdeling van het Halvinkhuizerbroek, 1855, 1856. 3 stukken.

    6. Akte, waarbij aan het Burger Weeshuis (na afloop van erfpacht) 5 ha. 10 are en 69 ca. in het Halvinkhuizerbroek in eigendom wordt overgedragen, 1859. 1 katern.

    7. Akte van verdeling van het Halvinkhuizerbroek, waarbij 52 ha. 20 are en 90 ca. wordt toegedeeld aan het Burger Weeshuis, 1859. 1 katern.

    8. Kaart van te ruilen gronden te Halvinkhuizen, z.j. 1 kaart.


    5. Harderwijk


    a. Burger Weeshuis

    1. Akte, waarbij het Minderbroederconvent het oude en verbrande huis en een plaats afstaat aan het weeshuis, 1556. Concept op perkament. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 27.

    2. Resolutie van de magistraat van Harderwijk, waarbij toegestaan wordt, dat de weesmeesters het weeshuis zodanig zullen herstellen, dat prof. Christenius het met Pasen 1650 kan betrekken, dat zij het huis van de Olde Mannen, bewoond door joffer van Wenckum voor 1500 gulden zullen kopen, zoals de wezen het eertijds verkocht hebben, en dat de ledige plaats naast het oude weeshuis verkocht zal worden, opdat daar een huis gebouwd zal worden, 1650. 1 stuk.

    3. Conditiën van aanbesteding van de opbouw van een ingestorte tuinmuur tussen het Burger Weeshuis en de woning van de stadsarmenschool, 1835. 1 stuk.

    4. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een huis in de Viestraat tegenover het kerkhof met bijbehorende stallen in het Blokhuissteegje en een stuk bouwland met hakhout aan het Hoogepad, sectie D 996 en 997, 1871. 1 katern.

    5. Stukken betreffende de afkoop van een grondrente van 2 gulden 's jaars aan de stad uit het Burger Weeshuis in de Smeepoortstraat, 1873. 3 stukken.

    6. Bestek van een verbouwing van het Burger Weeshuis, 1884. 1 katern.

    7. Bestek en begroting van een verbouwing (ca. 1900). 1 stuk.

    8. Bouwvergunning voor een zitkamer en slaapkamer aan het Burger Weeshuis; met geveltekening en plattegronden, 1909. 3 gehechte stukken.


    b. Binnen de stadsmuur
      Zie ook inv. nr. 212.

    1. Eigendomsbewijs voor Johan van Collen en Weyme, zijn vrouw, van een huis in de St. Annastraat, 1519. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 11.

    2. Eigendomsbewijs voor Jan Engbertszoon en Jannygen, zijn vrouw, van een huis in de Haverstraat, 1522. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 12.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 181

    3. Akte van veiling door de weesmeesters van huizen, bewoond door Jacob Meynsen, Jan Cornelissen en Aert Jansen, en de boog "bij die Roepers", 1579. 1 stuk.
      N.B. Bij de toewijzing worden de huizen, bewoond door Jan Cornelissen en Aert Jansen niet vermeld, maar een door Arnt Hodde bewoond huis.

    4. Akte van openbare verkoop van een huis van wijlen Lambert Jansen bij de Luttikepoort, 1586. Met bijgeschreven memorie over de afrekening met de weesmeesters. 1 stuk.

    5. Eigendomsbewijs voor Libbe Luytges Froelick en Henrickgen, zijn vrouw, van een huis in de Snijderstraat, 1587. Met kwitanties voor koper wegens betalingen van Johan van de Wall, wiens overleden nicht Gude dit huis bezat, 1582-1586. 1 charter en 6 stukken op één blad.
      N.B. reg. nr. 63. Hun kinderen werden in 1595 in het weeshuis opgenomen.

    6. Eigendomsbewijs voor Andries Cornelissen en Helicke, zijn vrouw, van een huis achter het Grauwe Zusterklooster, 1598. 1 charter.
      N.B. reg nr. 75.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 185

    7. Eigendomsbewijs voor Jorrien Jacobsen en Gijsbert, zijn vrouw, van een huis in de Hogestraat tegen de stadsmuur, 1569. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 50.

    8. Onderhandse akte van verkoop door Evert Henricken van het door hem bewoonde huis aan de oude rosmolen gelegen tussen het huis van Goessen Harmansz. en de stadsmuur aan Anna Henricksen, weduwe van Henrick Gerritsen, 1609. Met bijgeschreven kwitanties voor de betaling van de koopsom, 1609, 1610. 1 stuk.

    9. Akte, waarbij Evert Henricxen Maten en Jannitgen Jurriens, zijn vrouw, hun huis bij de olde rosmolen tussen het huis van Goessen Harmensen en de stadsmuur gelegen, verkopen aan Anna Henricx, belast met 40 gulden aan Geertje Rijckets, waarvoor verkopers tot zekerheid stellen hun huis aan de Markt tussen de huizen van Dirck Gerritsens kinderen en Cornelis Wannincksen, 1611. 1 charter.

    10. Akte, waarbij Henrick Rijxen en Jannitgen Henricx, zijn vrouw, hun huis in de Hogestraat, gelegen tussen de huizen van Gerrit Gerritsz alias Lichthart en Joachim Henricksz. verkopen aan Wichman Henricksz. en Guede Berents, zijn vrouw, belast met 40 gulden aan het St. Joostengilde, 1610. Met ouder eigendomsbewijs, waarbij Henrick Aertszoon van Amsterdam en Griete Alberts, zijn vrouw, dit huis verkopen aan Henrick Rijxen, waarbij Rutger Jansen ter Brugge en Jacelijne du Four hun huis in de Brugstraat op de hoek van heer Aeltsstraatje tot onderpand stellen, 1601. 2 charters.

    11. Conditiën en voorwaarden van openbare verkoop door de weesmeesters van een huis in de Hogestraat, bewoond geweest door Michiel Henricksen, gekocht door Dirck Jansen Nachtegael, 1623. 1 stuk.

    12. Voorwaarden van openbare verkoop van een kwart van het goed Groot en Klein Horseler in het ambt Barneveld en een huis in Harderwijk aan de Hoogstraat van de Grote Poort naar Wuldersbrynck door de erfgenamen van Wolff Jansen van Horseler; met aantekening van inzet en ophogingen, 17de eeuw. 1 stuk.

    13. Akkoord tussen de burgemeesters van Harderwijk als overweesmeesters en over-armmeesters, de weesmeesters en diakenen enerzijds en Dr. Cornelis van Steenler en Arnolda van Coot, weduwe Hennekeler, als erfgenamen van Cornelis van Dulmen, waarbij aan de wezen en armen het huis van overledene in de Donkerstraat, achter uitgaande tegenover de Grote Kerk, wordt overgedragen, met de verplichting Elbert van Coot levenslang te onderhouden, ca. 1685. 1 stuk.

    14. Akte, waarbij Henrickje Noeyen, weduwe van Ferdinandus Thielman, aan Henrick Gerritsen en Janneke Claes, zijn vrouw, haar huis aan de Viestraat naast de Hoge Brugge verkoopt, 1676. Met akte van transport door Hendrick Gerritsen en Janneken, zijn vrouw, aan Reyer Eibersen en Hermtien, zijn vrouw, 1684. 2 charters.

    15. Akte, waarbij de magistraat van Harderwijk aan Elbert Schalckert en Teuntje Hertgers, zijn vrouw, het huis van Drees Gerritsen Schipper in de Rosmolenstraat naast het huis van de wezen opdraagt, 1706. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 194

    16. Akte, waarbij de weesmeesters en Henrick Oloffsen en NeeltjeHenricks, zijn vrouw, 2/3 deel van een huisje in de Kleine Marktstraat verkopen aan Jan Jansen en Henrickje Henricks, die reeds 1/3 deel bezitten, 1716. 1 charter.

    17. Akte, waarbij leden van de familie Feith de oude Academiehof, gelegen in het klooster aan de wal verkopen aan het Burger Weeshuis, 1735. 1 charter op papier.

    18. Akte van verkoop door de weesmeesters van de Academie- of kruidhof, in het klooster aan de wal gelegen, aan Wijnand van Citteren en Jannetje Herms, zijn vrouw, 1748. 1 charter op papier.


    c. Buiten de stadsmuur

    1. Akte, waarbij Riklant en Bette, begijnen in het Kleine Convent, hun huis en hofstede, genaamd het Kleine Convent, gelegen buiten de stad, met de daartoe behorende renten en goederen opdragen aan de begijnen in het Grote Convent, 1432. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 2.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 198

    2. Vervallen.

    3. Akte, waarbij Engele Stoters een hof op het Solveld opdraagt aan het Kleine Convent bij St. Nicolaas, 1458. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 4. Dit is de hof bij de touwbaan.

    4. Eigendomsbewijs voor Alijd, begijn in het Grote Convent, van een dagmaat hooiland op de Oostermede, 1465. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 5.

    5. Eigendomsbewijs voor Herman Goessens van Gynckell en Jutte, zijn vrouw, van een kamp achter St. Jurriën bij de Zypell en van een huis in de St. Annastraat, 154l. Met oudere akte betreffende de kamp, 1525. 2 charters.
      N.B. reg. nrs. 14 en 19.

    6. Eigendomsbewijs voor Aert Goertsen van Valckestein van een hof bij de timmerschuur ten oosten van de stad, 1559. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 35.

    7. Eigendomsbewijs voor het weeshuis van de helft van de Strypskamp, 1560. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 39.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 204

    8. Eigendomsbewijs voor het weeshuis van een kwart van een hof bij de Luttikepoort, waarvan het reeds een kwart bezit, 1567. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 48.

    9. Eigendomsbewijs voor de weesmeesters van een hof naast de Nonnenkamp aan de oostzijde der stad, 1570. Met ouder eigendomsbewijs, 1533. 2 charters.
      N.B. reg. nrs. 15 en 51.

    10. Eigendomsbewijs voor Johan Francken en Truytgen, zijn vrouw, van een gedeelte van een kamp, gelegen achter de Melaten tussen beide Zypelen, 1555. Met eigendomsbewijs voor Gerrit Francken en Geertgen, zijn vrouw, van een gedeelte van de Zeger de Brouwerskamp, gelegen naast de Melaten, 1561. Met akte van verdeling, 1556. In duplo. 4 charters.
      N.B. reg. nrs. 23, 29 en 43.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 207-1

      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 207-2

    11. Eigendomsbewijs voor de wezen van een hof buiten de Smeepoort, 1571. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 53.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 208

    12. Eigendomsbewijs voor Zeger en Anthonis Harmensen van 4 dagmaten hooiland aan de Westermeden, 1574. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 55.

    13. Eigendomsbewijs voor de wezen van het Brenenskempken, gelegen naast de Nonnenkamp, 1571. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 52.

    14. Eigendomsbewijs voor de weesmeesters van een halve koolhof aan de oostzijde van de stad bij de zee gelegen naast land van de wezen, 1580. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 60.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 211

    15. Concept-voorwaarden van openbare verkoop van een hof aan "Oesten", een hof voor de Lutteke Poort, een hof voor de Smeepoort, twee bogen, bewoond door Henrick Henricksen en Caetjen en de boog achter de Commanderij naast de door Willem Collen bewoonde stadstoren, ca. 1593. 1 stuk.

    16. Eigendomsbewijs voor de wezen van de Vossenkamp, 1595. Met oudere eigendomsbewijzen, 1525 en 1584. Met verklaring over de betaling van een jaarrente hieruit aan St. Catharina, 1595. 3 getransfigeerde charters en 1 stuk.
      N.B. reg. nrs. 13, 62 en 69.

    17. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een kampje aan de Lage Zypelt, 1595. Met voorlopige koopakte, 1595, en een ouder eigendomsbewijs, 1575. 2 charters en 1 stuk.
      N.B. reg. nrs. 56 en 70.

    18. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een kampje achter de middelwal, 1598. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 72.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 215

    19. Akte, waarbij Goessen Aertsz. en Jutge Gerrits, zijn vrouw, en Hartger Gerritsen aan Henrick Thonisz. en Eefgen Harberts, zijn vrouw, verkopen hun halve kamp land, gelegen aan 't Engesteegje, genaamd de Boeckebynderscamp, gelegen tussen de Vossencamp van de wezen en die van Wolff Brinck, achter strekkende aan de kamp van Harmen van Ginckel, waarvan deze is afgesplitst, 1603. 1 charter.

    20. Akte, waarbij Harmen van Ginckell en zijn vrouw aan Henrick Thonisen en Eeffgen Harberts, zijn vrouw, verkopen een kamp land aan de Hooge Sypell, waar oostwaarts de Grauwe Zusters en westwaarts Wolff Brinck c.s. belend zijn, belast met een betaling van 4 stuivers 's jaars aan de Landschap, 1604. 1 charter.

    21. Akte, waarbij de erfgenamen van Eva Peters aan het weeshuis verkopen een kamp land tussen de beide Sypelen tussen de landerijen van de weduwe en kinderen van Aert Janssen en Jan Gerritsz., 1611. Met ouder eigendomsbewijs voor Evert van Buyren en Eva Petersdochter, 1608. 2 getransfigeerde charters.

    22. Akte, waarbij Willem van Broickhuysen en Maria van Uuyterwijck, zijn vrouw aan het arme weeshuis verkopen een kamp land in de stadsvrijheid van Harderwijk, gelegen aan de Lijcksteeg in het Fratersland, 1613. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 219

    23. Akte, waarbij Eva Harberts, weduwe van Henrick Thoniss aan het weeshuis overdraagt twee kampen land aan de Hoge Sypelt, aan de zuidzijde belend door de Grauwe Zusters en aan de noordzijde door Alphert Brinck, 1614. 1 charter.
      N.B. In dorso: De coepbryeff van Boeckenbyndercamp.

    24. Akte, waarbij Harmen van Wijnbergen aan het weeshuis opdraagt een kamp land op de Westermehen, gelegen tussen land van burgemeester Alphert Brinck, zoals hij dit geërfd heeft van Eva Harberts, 1616. 1 charter.
      N.B. In dorso: Dyt ys van de camp van vyer dachmaeten hoeylants gecofft van Eeve Harferts.

    25. Akte, waarbij Hessel Henrickss van Souten en Janneken Wouters, zijn vrouw, aan de arme wezen verkopen de helft van 3/4 van een kamp land achter de Bredde naast Spirincks Camp gelegen, waarvan Aerdt van Souten de helft en Geertgen Aeltsen 1/4 toebehoort, 1636. 1 charter.

    26. Akte, waarbij Claesken Gerrits, weduwe van Ds. Johannes Hattonius, Dirrick Block en Engele Peters met hun vrouwen Elsken Alardts en Janneken Alardts, Hessel Harberts, Gerritgen Harberts, de kinderen van Jan van Brienen, Wichman Jans, Willem Lamberts en Anneken Henricks, zijn vrouw, aan het arme weeshuis verkopen een kamp land in de Hoge Sypell achter de Melaten en naast land van het weeshuis, waarvoor zij hun huis in de Bruggestraat op de hoek van het Gasthuissteegje tot onderpand stellen, 1640. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 223

    27. Akte, waarbij Arndt van Souten en Grietje van Vanefeldt, zijn vrouw, aan de arme wezen verkopen 11/2 vierdel van een kamp land, gelegen aan de steeg bij het Postpaerdt, waarvan kopers ook 11/2 vierdedeel en Berndt Spalthoff; 1/4 deel bezitten, waarvoor zij hun huis aan de Markt tot onderpand stellen, 1641. 1 charter.

    28. Akte, waarbij Berent Spalthoff en Geert je Aelts, zijn vrouw, een vierde deel van een kamp bij het Postpeert verkopen aan de weesmeesters, die reeds 3/4 deel bezitten, 1661. 1 charter.

    29. Akte, waarbij Willem Jaspersen een kamp land aan de Hoge Sypel verkoopt aan de weesmeesters, 1661. Met desbetreffende akten, 1661. 2 charters en 1 stuk.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 226-2

    30. Akte, waarbij Dr. H.G. Wolfsen en E.G. Schrassert, zijn vrouw, twee percelen akkermaalshout, genaamd de Holskamp en de Akker, gelegen op de Harderwijker Eng, verkopen aan het Burger Weeshuis, 1781. 1 charter.

    31. Eigendomsbewijs voor Arend Creenen en Marrytje Hogervorst, zijn vrouw, van een kamp land in de Jonkereneng, 1788. 1 charter.

    32. Eigendomsbewijs voor Ds. J. Radermacher Schorer, predikant te Harderwijk, van het akkermaalsbos de Samuelskampen, groot 4 ha. 58 are, 90 ca. gelegen in de Harderwijker Eng, 1832. 1 katern.

    33. Eigendomsbewijzen voor mr. H.F. van Meurs van de grafruimten 39 en 40 op de Nieuwe Begraafplaats, 1837. 2 stukken.

    34. Eigendomsbewijs voor Evert Fijn van Draat Gzn. van een kamp land en hakhout in de Harderwijker Eng, sectie D 379, 380 en 381, 1849. 1 katern.

    35. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van twee stukjes bouwland in de Harderwijker Eng ter weerszijden van de spoorweg, sectie D 383, 1862. 1 katern.

    36. Eigendomsbewijs voor Hendrik Frans van Meurs van een kamp bouwland op de Harderwijker Eng, sectie D 379, 380 en 381, 1863. 1 katern.

    37. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een kamp bouwland met hakhout, gelegen aan de Engsteger Grindweg, sectie D 432 en 433, 1863. 1 katern.

    38. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van een kamp bouwland en hakhout aan de Grindweg, sectie D 984 en 985, 1863. 1 katern.

    39. Eigendomsbewijs voor Hendrik Frans van Meurs van een kamp bouwland met hakhout in de Harderwijker Eng, sectie D 429 en 908 van het kampje De Heilige Geest genaamd, sectie D 392, gelegen in de Eng, 1864. 1 katern.

    40. Notariële akte van afgifte van de door Hendrik Frans van Meurs Nzn. gemaakte legaten, waarbij het Burger Weeshuis ontvangt de Samuelskampen, sectie D 409, een stuk bouwland met hakhout, sectie D 379, 380 en 381, een kamp bouwland met hakhout, sectie D 429 en 908 en het kampje bouwland De Heilige Geest, sectie D 392, alle gelegen in de Harderwijker Eng, 1888. 1 katern.

    41. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van de Brokkenkamp, sectie D 218 en 900, gelegen aan de Grintweg en de Zoldersteeg, 1905. Met ouder eigendomsbewijs, 1859. 2 katernen.

    42. Akte van afkoop door het Burger Weeshuis van het tiendrecht van het Kroondomein, rustende op percelen in de gemeente Harderwijk, behorende tot de tiendblokken De Hooge Enk, St. Jurriëns Hoeve, de Westerhoeve en het Paterstientje, 1908. 1 stuk.

    43. Onderhandse akte van verkoop door het Burger Weeshuis aan de gemeente Harderwijk van een strook grond van sectie D 264 voor de aanleg van een wandelpad langs de Stationsweg, 1916. Met situatietekening. 1 stuk en 1 kaart.


    6. Heerde

    1. Rekening van de schout van Heerde van hetgeen door Casijn van Oldenbarneveld als eigenaar van de Bieseweide betaald moet worden aan dijk- en sluisgeld over 1595-1602. Met dorsale notitie over de betaling. 1 stuk.


    7. Hierden

    1. Eigendomsbewijs voor Grietgen Brynck, moeder van het begijnenhuis op het Kerkhof van 11/2 morgen te Hierden, 1558. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 34. In dorso: 6 schepel in de Grascamp, Jan Henricksen Schram.

    2. Eigendomsbewijs voor Johan Luyten van een derde deel van zijn huis en hofstede te Hierden bij de Schutteboom, belast met een jaarrente van een schepel rogge, voorheen aan de begijnen, nu de wezen, 1592. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 65.

    3. Akte, waarbij Cornelis Willemsen, Wouter Woutersen en Aeltje Cornelissen, zijn vrouw, Evert Aeltsen en Bartgen Cornelissen, zijn vrouw, en Gerrit Lubbertsen en Willemtje Cornelissen, zijn vrouw, 1/4 en 1/8 deel van de Grescamp verkopen aan het Burger Weeshuis, 1731. 1 charter.

    4. Akte, waarbij Jan Reyersen en Aeltje Driessen, zijn vrouw, 6 schepel in de Grescamp verkopen aan het Burger Weeshuis, 1746. 1 charter op papier.

    5. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van Het Voorste en Achterste Zwarte Land en de Dirkjes- of Helmertskamp, 1847. 1 katern.
      N.B. Voor de verkoop zie inv. nr. 262.


    8. Huinen

    1. Stukken betreffende een geschil over de Huinerkamp, groot 21/2 morgen, tussen de weesmeesters en Gerrit Noyen, 1656. 1 omslag.


    2. Plannen voor de verlegging van het Kerkpad te Huinen, z.j. 4 stukken.

    9. Hulshorst

    1. Akte van verdeling van 651 ha in het Hulshorsterveld, waarbij het Burger Weeshuis 1/5 deel, gelegen aan de oude hoofdweg van Hulshorst naar Elspeet, wordt toegedeeld, 1849. Met extract uit de akte van aankoop, 1845. 2 katernen.
      N.B. In 1866 werd het grotendeels verkocht, zodat slechts 15 ha aan het Burger Weeshuis bleef behoren, ws. grenzend aan het Mulaertserf.

    2. Akte van overeenkomst tussen het Burger Weeshuis en Ir. A.J.C. Vitringa over het recht van uitweg over wederzijdse gronden, 1908. 1 stuk.

    3. Kaart van Groot en Klein Mulaertserf, 1849. Gekleurd. 1 kaart.

    4. Bestek van herstelwerkzaamheden aan de boerderijen Groot en Klein Mulaertserf, 1890. 1 stuk.


    10. Nulde
    Zie ook inv. nrs. 157-159.

    1. Akte, waarbij Belycken Reyers verklaart 325 carolusgulden ontvangen te hebben van Catharina van Arler, waarvoor zij jaarlijks 19 gulden 10 stuivers zal betalen uit het Steven Aertsen of Kerstgen Stevensgoed, 1637. In dorso akten van consent van de Kelner van Putten, 1637, 1643. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 253

    2. Akte, waarbij de Kelner van Putten toestemming geeft aan, Ernst van den Sande en Belyken Reyers, zijn vrouw, het Steven Aertsengoed te verbinden voor 150 carolusgulden, verschuldigd aan Wulff Arentsen Wolffs en Margarita Hoolwerff, zijn vrouw, 1643. 1 charter.

    3. Akte, waarbij de Kelner van Putten toestemming geeft aan Ernst van den Sande en Belyken Reyers, zijn vrouw, het Steven Aertsen of Kerstien Stevensgoed, een gevrijd abtsgoed, te verbinden voor 175 carolusgulden, verschuldigd aan de provisoren van de huisarmen te Putten, 1643. 1 charter.

    4. Verklaring van Ernst van den Sande, dat de weesmeesters van Harderwijk het Steven Aertsengoed, verbonden voor 350 gulden, verschuldigd aan het weeshuis, mogen verkopen, 1664. 1 stuk.

    5. Akte, waarbij de Kelner van Putten Beeleken Reyers toestemming geeft het Steven Aertsengoed te verbinden voor 94 gulden, door haar geleend van de voogden van het kind van wijlen Aeltgen Tymans, 1639. Met in dorso verklaring van Loghe Reyers en Aeltgen Tymans, zijn vrouw, dat de weesmeesters dit geld hebben terugbetaald, 1666. 1 charter.

    6. Akten betreffende het verwin van het Steven Aertsen of Karstein Stevensgoed door de provisoren van het weeshuis te Harderwijk, 1666. 3 getransfiguurde charters en 1 stuk.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 258-1

    7. Akte van belening en oprukking voor het weeskind Berent Buschman na dode van Jan Hermsen Fudde met het Steven Aertsengoed ten behoeve van de wezen, 1714. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 259

    8. Akten van oprukking van het Steven Aertsengoed, 1750 en 1756. 2 stukken op één blad.

    9. Kaart van percelen van A. Koopman en Andries Evers te Nulde, 1912. 1 kaart.
      N.B. Behoort mogelijk tot een veilingcatalogus. Het Burger Weeshuis bezat er aangrenzend land.


    11. Nunspeet

    1. Akte van ruiling, waarbij het Burger Weeshuis een kamp hooiland in de buurschap Hoophuizen verkrijgt tegen afstand van het Voorste en Achterste Zwarte Land te Hierden, 1849. 1 katern.


    12. Slichtenhorst

    1. Eigendomsbewijs voor het Burger Weeshuis van 1/6 deel van het Bramersgoed, waarvan het reeds 1/6 deel bezit, aangekocht van Henrick Claessen en Grietje Thomas, zijn vrouw, en van Weyme Brants en haar kinderen, 1623. Met desbetreffende schuldbekentenis. 1 charter en 1 stuk.

    2. Kondschappen ten verzoeke van de weesmeesters over het recht van het Braemsgoed plaggen te maaien en turf te steken in het Helderveld en de plicht de Nieuwe Beek te ruimen, 1641. 2 stukken.


    13. Sprieldermark

    1. Eigendomsbewijzen voor Arnt Herbertsen van twee halve hoeven hout in de Sprieldermarkt, 1511 en 1516. Met 16de-eeuws afschrift van de akte van 1511. 2 charters en 1 stuk.
      N.B. reg nrs. 7 en 8.

    2. Akte, waarbij de malen van het Sprielderbos aan de bouwman op het wezengoed Kleyscamp in Halvinkhuizen toestaan zes jaar gebruik te maken van het Sprielderbos tegen betaling van een ton bier, 1648. 1 stuk.

    3. Eigendomsbewijs voor het Gereformeerd Groot Burger Weeshuis van een halve hoeve in het Sprielderbos, 1849. 1 katern.

    4. Akten betreffende de oprichting van de N.V. Sprielderbosch, 1884, 1885. Gedrukt in Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant 23 april 1885, no. 95 1 stuk.


    b. Verhuur en verpachting


    1. Algemeen
    Zie ook inv. nr. 709.

    1. Resolutie van de Magistraat van Harderwijk, dat verpachtingen ten overstaan van de overprovisoren in de raadkamer dienen plaats te vinden, 1699. 1 stuk.

    2. Staat van verpachte bouwlanden, 1899-1905. 1 stuk.

    3. Brieven, ingekomen van mr. J.F. Neeb inzake verpachtingen, 1889-1905. 1 omslag.

    4. Akte van zesjarige verpachting van de Kokkenkamp in de gemeenten Putten en Nijkerk, 1892, door mr. J.F. Neeb aan het Burger Weeshuis gegeven om als model te dienen. 1 stuk.

    5. Akte van borgstelling door Hendrik Roettersen en Wichert Jansen voor M~rten Jansen voor de pacht, verschuldigd aan het Burger Weeshuis, 1815. 1 stuk.


    2. Arkemheen

    1. Aanplakbiljet met aankondiging van de verpachting van landerijen in de Arkemheense Polder door het Burger Weeshuis, 1928. 1 stuk.


    3. Ermelo

    1. Opgaven van de uitkomsten van de grasverpachtingen in Ermelo, 1876-1890. 1 omslag.


    4. Halvinkhuizen

    1. Akte van verpachting van het Krakengoed met een halve hoeve in het Huinerbroek en een kwart hoeve in het Halvinkhuizerbroek, 1569. In dorso een memorie over een verpachting in 1582. Chirograaf. 1 stuk.

    2. Akte van verpachting van het erf te Halvinkhuizen met de Corte Roeden, 1615. Chirograaf. 1 stuk.
      N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 264.

    3. Akte van verpachting van het Rodenerf en het halve Krakenerf, 1681. 1 stuk.

    4. Conditiën van verkoop van hout op Krakengoed en Rodenerf, 1660, 1661. 1 stuk.

    5. Akte van verpachting van het goed Clieskamp en de helft van Krakenerf en enige losse percelen land, 1664. Concept. 1 stuk.

    6. Akte van verpachting van het Rodenerf en de helft van Krakenerf en enige percelen los land, 1666. 1 stuk.

    7. Akte van verpachting van het Rodenerf en van het Rodenerf of Halve Krakengoed, 1930. 1 stuk.

    8. Akte van verpachting van de boerderij Bleijskamp, 1930. 1 stuk.


    5. Harderwijk


    a. In de stad

    1. Conditiën van openbare verhuring door de weesmeesters van huis, waarin Grietgen Brynck is overleden, gehuurd door Henrick van Aller, ca. 1613. 1 stuk.

    2. Memorie van de verhuring van een huis in de Donkerstraat aan Ds. Christenius, 1650. 1 stuk.
      N.B. Op achterzijde van een fragment van een brief.


    b. In de Stadsvrijheid

    1. Akte van verpachting van de Vossenkamp, gelegen aan de Engesteeg voor de stad, 1640. 1 stuk

    2. Voorwaarden van openbare verkoop van gerst op de Spaensberg, 1642. 1 stuk.

    3. Voorwaarden van openbare verpachting van de kamp de Spaensberch bij het Postpaard, twee kampen in de Voorsypel, de Snellerskamp aan de Hoge Siepel, het Overenckenkampje achter de Middelwal, een maat hooiland op de Oostermeen en vier dagmaten hooiland op de Westermeen, 1649. 1 stuk.

    4. Akte, waarbij Gerrit Gerritsen, door misoogsten ten achter met de pachtbetaling, toezegt aan de weesmeesters te zullen overgeven de in 1787 te oogsten rogge en gerst en de huur van een hoek land, door hem voor de verbouw van aardappels verhuurd, 1787. 1 stuk.


    6. Hierden

    1. Voorwaarden van openbare verkoop van de rogge op een mud land op de Grote Varen te Hierden, 1626. 1 stuk.
      N.B. In dorso: Vurwoirden van de rogge van zal. Jutte Reyers toe Hierden.

    2. Akte van verpachting door Wilhelm van Broickhuisen aan Henderick Lyffersen van een kamp land, gelegen aan het Hierderpad, 1611. 1 stuk.

    3. Akte van verpachting van Henrick Lieffersen van een kamp land aan het Hierder Lijkwegje, welke hij als weesvader in gebruik heert gehad. Met ondergeschreven borgstelling door zijn vader Lieffert Aertsz., 1617. 1 stuk.

    4. Akte van verpachting van percelen land, 1730. Met bijgeschreven memorie over de collectebus van het Burger Weeshuis in de Munt, 1731, 1732. 1 stuk.


    7. Huinen
    Zie inv. nr. 276.


    8. Hulshorst

    1. Deurwaardersexploit van opzegging van de pacht van Mulaertserf, 1857. 1 stuk.

    2. Akte van verpachting van Groot en Klein Mulaertserf, 1889. 1 katern.

    3. Akte van verpachting van de boerderij Klein Weezen-erf, 1903. 1 stuk.

    4. Akten van verpachting van Groot en Klein Mulaertserf, 1927. 2 stukken.


    9. Nijkerk

    1. Staten van verpachting van mheenlanden, 1835. 2 stukken.


    10. Slichtenhorst

    1. Akte van verpachting van het Bramengoed door de erfgenamen van Jan Rijcks, 1588. Chirograaf. 1 stuk.


    2. Akte van verpachting van een perceel veen, 1622. 1 stuk.


    c. Houtverkopingen
    Zie ook inv. nrs 474 en 479.

    1. Voorwaarden van houtverkopingen, 1579-1723, 1768. 1 omslag.

    2. Staat van de percelen hout, met opgave over 1809-1822 van gehouden en te houden verkopingen, 1815. 1 stuk.

    3. "Houtvalboek". Register van houtverkopingen, 1820-1836. 1 deel.

    4. Register van houtverkopingen, 1836-1904. Met opgave van de opbrengsten vanaf 1812. 1 deeltje.


    4. Zakelijke rechten


    a. Gebruik van het rouwlaken

    1. Octrooi voor het Burger Weeshuis voor de verhuring van rouwlakens, 1760. 1 stuk.

    2. Lijst van de leden van het Bijlhouwersgilde te Harderwijk ten tijde van de overgave van de rouwlakens aan het Burger Weeshuis, 1757. Met bijgeschreven overlijdensdata van de leden en hun vrouwen, die slechts 12 stuivers behoeven te betalen voor het gebruik van een rouwlaken, 1758-1793. 1 stuk.

    3. Register van ontvangsten en uitgaven wegens de rouwlakens, desbetreffende besluiten en instructies, 1757/58-1787/88. 1 deel

    4. Bijlagen bij de rekeningen over de rouwlakens over 1786/87-1788/89. 6 stukken.


    b. Keuring van de veerschepen

      In 1751 werd door de Magistraat van Harderwijk aan de veerschippers toegestaan hun schepen i.p.v. 18 jaar voortaan 30 jaar in de vaart te houden, mits schepen, ouder dan 21 jaar, jaarlijks op de helling werden gekeurd. Hiervoor moest aan het Burger Weeshuis 20 gulden worden betaald.
      p.m. Lijst van de veerschepen, met opgave van hun bouwjaar en hun vervanging, 1757-1810 in inv. nr. 3.


    5. Jaarrenten en leningen, effecten

    1. Akte, waarbij Jutte Bollen, begijn, haar bezit, met name een jaarrente van 3 schepel rogge uit de Lockhorst, opdraagt aan de begijnen. in het Grote Convent, 1407. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 1.

    1. a. Akte, waarbij Griete Gosens een jaarrente van 7 vlaamse groten uit Griete Rosenhof, gelegen in de Smeerstege, opdraagt aan de begijnen, wonende buiten de stad aan het St. Nicolaaskerkhof, 1453. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 3.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 309-a

    2. Akte, waarbij Gijsbert ten Hoeve alias Huddinck twee rentebrieven van 3 gulden schenkt aan de arme wezen, 1556. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 30.

    3. Schuldbekentenis van Joffer Margriet Wolfs, groot 100 rijdergulden, aan Hansken de Backer en Alijt, zijn vrouw, waarvoor zij haar huis in de Donkerstraat verbindt, 1556. Afschrift uit "het wezenboek", ca. 1665. 1 stuk.

    4. Akte, waarbij Evert Meussen en Maasje, zijn vrouw, verklaren een jaarrente van 6 gulden aan Margriet, weduwe van Johan Rijcksen verschuldigd te zijn, 1559. Afschrift 17de eeuw. 1 stuk.

    5. Akte, waarbij Aeltgen Meiers en haar dochters Claasje en Obrich een jaarrente van 12 stuivers uit hun twee hoven ten oosten van de stad vestigen ten behoeve van het convent van de begijnen op het Kerkhof, 1560. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 40.

    6. Eigendomsbewijs voor het weeshuis van een jaarrente van 3 gulden uit de huizen van Cornelis Francken en Alijd, zijn vrouw, aan de Brinck bij de Smeepoort, 1561. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 42.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 314

    7. Kwitantie voor Wolff Jansen en Anna, zijn vrouw, van Henrick Janssen voor overhandiging van de rente, die zijn overleden broeder Pilgram van Grol Pelgrums van 50 daler van de kerk toekwam als voor hetgeen deze aan gereed goed heeft nagelaten, 1566. Extract uit het gerichtssignaat van Harderwijk. 1 stuk.

    8. Eigendomsbewijs voor de weesmeesters van een rentebrief van 5 carolusgulden, 1583. Met oudere akten, 1554, 1577. 4 charters.
      N.B. reg. nrs. 22, 58, 59 en 61.

    9. Eigendomsbewijs voor de weesmeester van de helft van een jaarrente van 6 dalers ten laste van Anthonis Hamelman 'uit een kamp land, eertijds van de erfgenamen van Dirck Willemsz., 1598. Met oudere akte, 1598. 2 charters.
      N.B. reg nrs. 71 en 73.

    10. Akte, waarbij Michiel Hamelman ten behoeve van de wezen een jaarrente van 6 dalers vestigt in zijn kamp in het Engesteegje, 1598. 1 charter.
      N.B. reg. nr. 76.

    11. Akte, waarbij Hessell Jansen Groll en Jan Wolffs, zijn vrouw, en Weymtgen, weduwe van Goessen Noyen, met haar zoon Henrick Noyen verklaren aan het arme weeshuis een jaarrente van 5 gulden verschuldigd te zijn uit hun schuur in de Valckestraat, gelegen tussen het huis van de weduwe van Wolff Segersen en de ledige plaats van Aelt Wolffszoon, 1605. 1 charter.
      N.B. In dorso: modo Henric Lyffertsen.

    12. Akte, waarbij Geert je Petersen een rentebrief van 5 dalers uit het huis van Luyt Gerrits en Deliaen, gelegen aan de Markt, overdraagt aan het arme weeshuis, 1605. Met oudere akten, 1567 en 1598. 3 charters.
      N.B. reg. nrs. 47 en 74.

    13. Akte, waarbij Rijcket Wulffs en Aeltgen Rijcks, zijn vrouw, en Aeltgen Scherpinck, weduwe Wolft, een rente van 6~ gulden ten behoeve van de weesmeesters vestigen in hun molen en huis buiten de Smedepoort aan de Stadsweide, 1606. 1 charter.
      N.B. Blijkens dorsale notitie is de helft afgelost en de andere helft verschuldigd door Lubbert de Muller, nadien door Jan Henricksen Muller.

    14. Akte, waarbij Gerrit Wit en Agneta Gerrits, zijn vrouw, een jaarrente van 61/4 daler uit hun huis in de Donkerstraat, gelegen tussen de huizen van Jacob van Harderwijk en de weduwe Cloister verkopen aan de weesmeesters, 1607. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 322

    15. Memorie van de afrekening van de betaling van een jaarrente van 5 gulden, over 1598-1609 verschuldigd door Aert Peters, eerder door Jut Arissen, 1610. 1 stuk.

    16. Schuldbekentenis van Henrick Liefferts van 45 gulden aan verlopen renten aan het Burger Weeshuis, 1611. 1 stuk.

    17. Akte, waarbij Gerrit Rixen en Griete Joppen, zijn vrouw, verklaren wegens ontvangen 50 gulden aan het weeshuis verschuldigd te zijn een rente van 61/4 %, te betalen uit hun huis in de Rabbenstraat, gelegen tussen de huizen van, de erfgenamen van Luyte Greven en Henrick Buytenhuys, 1620. 1 charter.
      N.B. In dorso: Wuellef Okkersen(?) 1664.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 325

    18. Akte, waarbij Gerrit Jansen Coolhoven en Geertgen Gerrits, zijn vrouw, erkennen 106 gulden 12 stuivers verschuldigd te zijn aan het Burger Weeshuis uit hun huis in de Viestraat, gelegen tussen de huizen van wijlen burgemeester Van Ommeren en Henrick Goerts, 1622. 1 charter.

    19. Schuldbekentenis van Frans Jansen van Eybergen en Rutgerus Francisci van Eybergen van 25 gulden aan het Burger Weeshuis, 1623. 1 stuk.

    20. Schuldbekentenis van Peel Henricksen van 265 carolusgulden 121/2 stuiver aan het Burger Weeshuis, 1629. 1 stuk.

    21. Akte, waarbij Griete Joppen, weduwe van Gerrit Rijcks verklaart wegens ontvangen 50 gulden aan het weeshuis verschuldigd te zijn 61/4 % rente uit haar huis in de Rabbenstraat, 1635. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 329

    22. Akte, waarbij Jan Goessens touwslager en Lambertgen Jans een rente vestigen in hun huis en hof en touwbaan buiten de Luttike Poort, 1615. Met akte, waarbij de rente wordt overgedragen aan het weeshuis, 1648. 2 getransfigeerde charters.
      N.B. Door radering is de tekst op de rugzijde van de rentebrief onleesbaar gemaakt.

    23. Stukken betreffende de peinding aan de beesten op twee kampen land bij de Spui of het Spaey gelegen, eigendom van Peter Gerrits ten verzoeke van de weesmeester van 15 jaar achterstallige rente uit het Zeemansgoed, 1657, 1658. 2 stukken.

    24. Obligatie, groot 200 gulden, ten laste van Jan Claessen en Stine Reyers, wonende te Byssel, voor Harmken Feyt, 1664. 1 stuk.
      N.B. Afgelost in 1668.

    25. Akte van overdracht aan het Burger Weeshuis van een schuldvordering van 8000 gulden ten laste van wijlen Lammert Gijsbertus Bronsveld, 1899. 1 stuk.
      N.B. De vordering werd voor 1000 gulden gekocht.

    26. Akte van schuldbekentenis, groot 1500 gulden, met hypotheekstelling van een boerderij in de Grote Koloniën te Elspeet door J. Mulder aan het Burger Weeshuis, 1908. Met desbetreffende stukken en hypotheekakte van 1923. 1 omslag.

    27. Schuldbekentenis van Pieter Johannes de Visser, groot 14000 gulden aan het Burger Weeshuis onder hypotheekstelling van zijn boerderij op de Horst bij Doornspijk, 1921. Met desbetreffende stukken, 1921, 1926. 1 omslag.

    28. Schuldbekentenis van L. Bunschoten kweker te Boskoop, groot 240 gulden aan het Burger Weeshuis, waarbij hij zich verplicht een stuk grond te huren, dat te bemesten en van stekken te voorzien, 1925. Met akten betreffende de onder curatele-stelling van L. Bunschoten, 1929. 3 stukken.

    29. Aandelen in de spoorlijn van St. Petersburg naar Moskou, 1867. 2 stukken.

    30. Bewijzen van lidmaatschap van de Vereeniging Zuiderzeebad te Harderwijk voor het Burger Weeshuis, 1925. 5 stukken.


    F. Financieel beheer


    1. Jaarrekeningen en bijlagen

    339-559. Rekeningen, 1555-1839. 221 delen.

      N.B. De rekening over 1691/92 ontbreekt. Over 1671/72, 1685/86, 1686/87 en van 1 juni-29 november 1810 zijn geen rekeningen opgemaakt. Over 1567/69 en 1722/24-1754/56 werden tweejaarlijkse rekeningen opgemaakt. Het boekjaar eindigde één of enkele dagen voor de afhoring. Van 1806/07-1809/10 liep het boekjaar van 1 juni-31 mei. Vanaf 1812 viel het boekjaar samen met het kalenderjaar. De rekeningen werden afgehoord door de twee leden van de Magistraat, die tot overprovisor waren benoemd, in 1810 mede door een commissie uit het stadsbestuur, in 1813 door de maire en nadien door de burgemeester en een wethouder. De rekeningen uit de 16de eeuw worden gevolgd door aantekeningen van velerlei aard, van belang voor het beheer in de komende jaren. De rekeningen over 1634/35-1708/09 bevatten indices op de namen van debiteuren, die vanaf 1666/67 een lijst van de weeskinderen, die vanaf 1709/10 een inhoudsopgave.

      1. 1555, 1556. Afgehoord 13 februari 1557.
        N.B. Gedrukt: Moorman van Kappen p. 228-240.
      2. 1557/58, afgehoord 14 februari 1558.
      3. 1558/59, afgehoord 17 maart 1559.
      4. 1559/60, afgehoord 17 maart 1560.
      5. 1560/61, afgehoord 9 februari 1561.
      6. 1561/62, afgehoord 1 maart 1562.
      7. 1562/63, afgehoord 16 maart 1563.
      8. 1563/64, afgehoord 5 maart 1564.
      9. 1564/65, afgehoord 4 maart 1565.
      10. 1565/66, afgehoord 17 februari 1566.
      11. 1567/68, afgehoord 25 mei 1568.
      12. 1567/69, afgehoord 30 mei 1569.
      13. 1569/70, afgehoord 15 maart 1570.
      14. 1570/71, afgehoord 9 april 1571.
      15. 1571/72, afgehoord 13 april 1572.
        N.B. Met aantekeningen over het beheer over 1569-1572.
      16. 1572/73, afgehoord 21 mei 1573.
      17. 1573/74, afgehoord 19 april 1574.
      18. 1574/75, afgehoord 10 februari 1575.
      19. 1575/76, afgehoord 14 februari 1576.
        N.B. Als omslag is gebruikt een gedeelte van het notariële testament van.. ...Ruwe van Harderwick, priester te Harderwijk, d.d. 25 juli 1496 (reg. nr. 6).
      20. 1576/77, afgehoord 17 maart 1577.
      21. 1577/78, afgehoord 1 april 1578.
      22. 1578/79, afgehoord 15 februari 1579.
      23. 1579/80, afgehoord 23 mei 1580.
      24. 1580/81, afgehoord 6 maart 1581.
      25. 1581/82, afgehoord 2 april 1582.
      26. 1582/83, afgehoord 27 februari 1583.
      27. 1583/84, afgehoord 28 maart 1584.
      28. 1584/85, afgehoord 18 april 1585.
      29. 1585/86, afgehoord 11 april 1586.
      30. 1586/87, afgehoord 4 april 1587.
      31. 1587/88, afgehoord 16 april 1588.
      32. 1588/89, afgehoord 8 april 1589.
      33. 1589/90, afgehoord 17 maart 1590.
      34. 1590/91, afgehoord 10 maart 1591.
      35. 1591/92, afgehoord 22 februari 1592.
      36. 1592/93, afgehoord 22 januari 1593.
      37. 1593/94, afgehoord zonder datumvermelding.
      38. 1594/95, afgehoord 12 maart 1595.
      39. 1595/96, afgehoord 4 februari 1596.
        N.B. Achterin de voorwaarden van aanstelling van Evert Gerritsen en zijn vrouw Steventgen tot weesvader en weesmoeder d.d. 5 mei 1595.
      40. 1596/97, afgehoord 27 januari 1597.
      41. 1597/98, afgehoord 31 januari 1598.
      42. 1598/99, afgehoord 2 februari 1599.
      43. 1599/1600, afgehoord 12 februari 1600.
      44. 1600/01, afgehoord 4 februari 1601.
      45. 1601/02, afgehoord 14 februari 1602.
      46. 1602/03, afgehoord 22 februari 1603.
      47. 1603/04, afgehoord 2 maart 1604.
      48. 1604/05, afgehoord 3 maart 1605.
      49. 1605/06, afgehoord 9 februari 1606.
      50. 1606/07, afgehoord 18 februari 1607.
      51. 1607/08, afgehoord 26 februari 1608.
      52. 1608/09, afgehoord 16 februari 1609.
      53. 1609/10, afgehoord 4 maart 1610.
      54. 1610/11, afgehoord 23 april 1611.
      55. 1611/12, afgehoord 18 februari 1612.
      56. 1612/13, afgehoord 25 maart 1613.
      57. 1613/14, afgehoord 18 februari 1614.
      58. 1614/15, afgehoord 14 maart 1615.
      59. 1615/16, afgehoord 23 maart 1616.
      60. 1616/17, afgehoord 27 maart 1617.
      61. 1617/18, afgehoord 14 april 1618.
      62. 1618/19, afgehoord 3 juni 1619.
      63. 1619/20, afgehoord 26 mei 1620.
      64. 1620/21, afgehoord 27 mei 1621.
      65. 1621/22, afgehoord 28 mei 1622.
      66. 1622/23, afgehoord 23 juli 1623.
      67. 1623/24, afgehoord 10 april 1624.
        N.B. Op fol. 2 een specificatie van de landerijen, die niet zijn verpacht maar in eigen gebruik zijn.
      68. 1624/25, afgehoord 29 mei 1625.
      69. 1625/26, afgehoord 17 april 1626.
        N.B. Achterin een lijst van de in de stad geplaatste "weesenbussen".
      70. 1626/27, afgehoord 24 juni 1627.
      71. 1627/28, afgehoord 29 mei 1628.
      72. 1628/29, afgehoord 30 december 1629.
      73. 1629/30, afgehoord 7 februari 1631.
      74. 1631/32, afgehoord 23 juli 1632.
      75. 1632/33, afgehoord 18 juni 1633.
      76. 1633/34, afgehoord 4 mei 1634.
      77. 1634/35, afgehoord 28 juli 1635.
      78. 1635/36, afgehoord 28 juli 1636.
      79. 1636/37, afgehoord 8 oktober 1637.
      80. 1637/38, afgehoord 9 augustus 1638.
      81. 1638/39, afgehoord 19 oktober 1639.
      82. 1639/40, afgehoord 1 december 1640.
      83. 1640/41, afgehoord 11 september 1641.
      84. 1641/42, afgehoord 23 juli 1642.
      85. 1642/43, afgehoord 2 juni 1643.
      86. 1643/44, afgehoord 28 mei 1644.
      87. 1644/45, afgehoord 9 mei 1645.
      88. 1645/46, afgehoord 25 mei 1646.
      89. 1646/47, afgehoord 21 mei 1647.
      90. 1647/48, afgehoord 30 mei 1648.
      91. 1648/49, afgehoord 19 juli 1649.
      92. 1649/50, afgehoord 16 maart 1650.
      93. 1650/51, afgehoord 13 februari 1651.
      94. 1651/52, afgehoord 10 februari 1652.
      95. 1652/53, afgehoord 18 februari 1653.
      96. 1653/54, afgehoord 13 maart 1654.
      97. 1654/55, afgehoord 18 april 1655.
      98. 1655/56, afgehoord 31 maart 1656.
      99. 1656/57, afgehoord 31 maart 1657.
      100. 1657/58, afgehoord 5 april 1658.
      101. 1658/59, afgehoord 7 april 1659.
      102. 1659/60, afgehoord 14 april 1660.
      103. 1660/61, afgehoord 23 maart 1661.
      104. 1661/62, afgehoord 25 februari 1662.
      105. 1662/63, afgehoord 27 januari 1663.
      106. 1663/64, afgehoord 12 februari 1664.
      107. 1664/65, afgehoord 4 maart 1665.
      108. 1665/66, afgehoord 26 maart 1666.
      109. 1666/67, afgehoord 17 april 1667.
      110. 1667/68, afgehoord 25 juli 1668.
        N.B. De rekening is afgesloten per 1 mei 1668.
      111. 1668/69, afgehoord 28 april 1669.
      112. 1669/70, afgehoord 27 juni 1670.
      113. 1670/71, afgehoord 24 juli 1671.
      114. 1672 juni 1681.
        N.B.Opgesteld in de vorm van een journaal van ontvangsten en uitgaven. Bij de Franse bezetting waren de stukken verloren gegaan, aan de hand waarvan de rekening over 1671/72 had moeten worden opgemaakt.
      115. 1681-25 februari 1685, afgehoord 13 oktober 1689.
        Overgelegd door de erfgenamen van de weesmeester Aelt van Hoolwerff. Door gebrek aan gegevens kon geen rekening over 1685 en 1686 worden opgemaakt.
      116. 1687/88, afgehoord 4 augustus 1690.
        N.B. Achterin enige pachtcontracten.
      117. 1688/90, afgehoord 21 juli 1690.
      118. 1690/91, afgehoord 26 oktober 1691.
      119. 1692/93, afgehoord 20 februari 1693.
      120. 1693/94, afgehoord 22 januari 1694.
      121. 1694/95, afgehoord 18 maart 1695.
      122. 1695/96, afgehoord 29 januari 1696.
      123. 1696/97, afgehoord 26 februari 1697.
      124. 1697/98, afgehoord 3 februari 1698.
      125. 1698/99, afgehoord 1 maart 1699.
      126. 1699/1700, afgehoord 22 februari 1700.
      127. 1700/01, afgehoord 22 februari 1701.
      128. 1701/02, afgehoord 15 maart 1702.
      129. 1702/03, afgehoord 20 april 1703.
      130. 1703/04, afgehoord 16 februari 1705.
      131. 1704/05, afgehoord 30 november 1705.
      132. 1705/06, afgehoord 28 november 1706.
      133. 1706/07, afgehoord 18 januari 1708.
      134. 1707/08, afgehoord 18 januari 1708.
      135. 1708/09, afgehoord 31 januari 1710.
      136. 1709/10, afgehoord 31 januari 1710.
        N.B. Achterin de voorwaarden van de houtverkoping van bomen om de kamp in de Lijksteeg.
      137. 1710/11, afgehoord 15 februari 1712 en 1711/12, afgehoord 15 februari 1712.
      138. 1712/13, afgehoord 20 juni 1713 en 1713/14, afgehoord 3 april 1714.
      139. 1714/15, afgehoord 18 april 1715.
      140. 1715/16, afgehoord 19 maart 1716.
      141. 1716/17, afgehoord 26 april 1717.
        N.B. Achterin de voorwaarden voor een houtverkoping.
      142. 1717/18, afgehoord 22 maart 1718.
      143. 1718/19, afgehoord 27 maart 1719.
      144. 1719/20, afgehoord 27 maart 1720.
      145. 1720/21, afgehoord 22 juli 1722.
        N.B. De uitgaven betreffen 1720 en het volle kalenderjaar 1721.
      146. 1721/22, afgehoord 23 juli 1722.
        N.B. De uitgaven betreffen het eerste halfjaar 1722.
      147. 1722/24, afgehoord 20 december 1724.
      148. 1724/26, afgehoord 9 april 1726.
      149. 1726/28, afgehoord 23 februari 1728.
      150. 1728/30, afgehoord 1 maart 1730.
      151. 1730/32, afgehoord 19 februari 1732.
      152. 1732/34, afgehoord 13 april 1734.
      153. 1734/36, afgehoord 17 februari 1736.
      154. 1736/38, afgehoord 21 februari 1738.
      155. 1738/40, afgehoord 30 maart 1740.
      156. 1740/42, afgehoord 3 april 1742.
      157. 1742/44, afgehoord 8 mei 1744.
      158. 1744/46, afgehoord 20 april 1746.
        N.B. Met lijsten van de uitzet van twee weeskinderen en een opgave van de landerijen, behorende tot het Krakengoed en het Rodenerf.
      159. 1746/48, afgehoord 10 juni 1748.
      160. 1748/50, afgehoord 3 april 1750.
      161. 1750/52, afgehoord 3 oktober 1752.
      162. 1752/54, afgehoord 17 juli 1754.
      163. 1754/56, afgehoord 27 oktober 1756.
      164. 1756/57, afgehoord 11 juli 1757 en 1757/58, afgehoord 25 mei 1758.
      165. 1758/59, afgehoord 21 mei 1759 en 1759/60, afgehoord 29 mei 1760.
      166. 1760/61, afgehoord 27 mei 1761 en 1761/62, afgehoord 28 mei 1762.
      167. 1762/63, afgehoord 28 mei 1763 en 1763/64, afgehoord 28 mei 1764.
      168. 1764/65, afgehoord 27 mei 1765.
      169. 1765/66, afgehoord 27 mei 1766.
      170. 1766/67, afgehoord 11 mei 1767.
      171. 1767/68, afgehoord 2 mei 1768.
      172. 1768/69, afgehoord 30 mei 1769.
      173. 1769/70, afgehoord 28 mei 1770.
      174. 1770/71, afgehoord 27 mei 1771.
      175. 1771/72, afgehoord 28 mei 1772.
      176. 1772/73, afgehoord 31 mei 1773.
      177. 1773/74, afgehoord 1 juni 1774.
      178. 1774/75, afgehoord 4 juni 1775.
      179. 1775/76, afgehoord 17 juni 1776.
      180. 1776/77, afgehoord 18 juni 1777.
      181. 1777/78, afgehoord 1 juli 1778.
      182. 1778/79, afgehoord 30 juni 1779.
      183. 1779/80, afgehoord 24 juni 1780.
      184. 1780/81, afgehoord 11 juni 1781.
      185. 1781/82, afgehoord 3 juli 1782.
      186. 1782/83, afgehoord 2 juli 1783.
      187. 1783/84, afgehoord 5 juli 1784.
      188. 1784/85, afgehoord 6 juni 1785.
      189. 1785/86, afgehoord 3 juni 1786.
      190. 1786/87, afgehoord 4 juni 1787.
      191. 1787/88, afgehoord 11 juni 1788.
      192. 1788/89, afgehoord 5 juni 1789.
      193. 1789/90, afgehoord 8 juni 1790.
      194. 1790/91, afgehoord 4 juni 1791.
      195. 1791/92, afgehoord 5 juni 1792.
      196. 1792/93, afgehoord 10 juni 1793.
      197. 1793/94, afgehoord 3 juni 1794.
      198. 1794/95, afgehoord 8 juli 1799.
      199. 1795/96, afgehoord 8 juli 1799.
      200. 1796/97, afgehoord 8 juli 1799.
      201. 1797/98, afgehoord 8 juli 1799.
      202. 1798/99, afgehoord 19 februari 1801.
      203. 1799/1800, afgehoord 19 februari 1801.
      204. 1800/01, afgehoord 2 maart 1802.
      205. 1801/02, afgehoord 31 januari 1804.
      206. 1802/03, afgehoord 14 mei 1804.
      207. 1803/04, afgehoord 12 december 1805.
      208. 1804/05, afgehoord 25 maart 1807.
      209. 1805/06, afgehoord 23 april 1807.
      210. 1806/07, afgehoord 14 maart 1808.
      211. 1807/08, afgehoord 29 maart 1809.
      212. 1808/09, afgehoord 25 juni 1810.
      213. 1809/10, afgehoord 29 november 1810.
        N.B. De stukken over 1810 ontbraken merendeels, zodat de provisoren over het tweede halfjaar geen rekening konden opmaken.
      214. 1810 november 30-1811, afgehoord 25 maart 1813.
      215. 1812, afgehoord 25 maart 1813.
      216. 1813, afgehoord 12 augustus 1816.
      217. 1814, afgehoord 12 augustus 1816.
      218. 1815, afgehoord 12 augustus 1816; 1816, afgehoord 29 oktober 1817; 1817, afgehoord 15 juni 1818.
      219. 1818, afgehoord 30 juli 1819; 1819, afgehoord 16 augustus 1820; 1820, afgehoord 15 augustus 1821; 1821, afgehoord 19 september 1822; 1822, afgehoord 9 augustus 1823; 1823, afgehoord 25 juni 1825; 1824, afgehoord 13 juli 1826; 1825, afgehoord 21 juli 1826.
      220. 1826, afgehoord januari 1828; 1827, afgehoord 19 januari 1830; 1828, afgehoord 19 januari 1830; 1829, afgehoord 28 december 1830; 1830, afgehoord 30 mei 1931; 1831, afgehoord 1 juli 1832; 1832, afgehoord 1 augustus 1833.
      221. 1833, afgehoord 20 februari 1838; 1834, afgehoord 20 februari 1838; 1835, afgehoord 20 februari 1838; 1836, afgehoord 20 februari 1838; 1837, afgehoord 1 februari 1839; 1838, afgehoord 8 februari 1841; 1839, afgehoord 8 februari 1841.

    560-561. Jaarrekeningen, 1850-1925. 2 delen.

      1. 1850-1885.
      2. 1886-1925.

    562-658. Bijlagen tot voorgaande rekeningen, 1567/69-1921. 97 omslagen.

      1. 1567/69. 1 stuk.
      2. 1571/72. 1 stuk.
      3. 1573/74. 1 stuk.
      4. 1574/75. 1 stuk.
      5. 1575/76. 3 stukken.
      6. 1576/77. 2 stukken.
      7. 1577/78. 4 stukken.
      8. 1578/79. 2 stukken.
      9. 1579/80. 4 stukken.
      10. 1582/83. 2 stukken.
      11. 1583/84. 1 stuk.
      12. 1584/85. 2 stukken.
      13. 1585/86. 2 stukken.
      14. 1587/88. 2 stukken.
      15. 1588/89. 1 stuk.
      16. 1589/90. 2 stukken.
      17. 1590/91. 3 stukken.
      18. 1593/94. 1 stuk.
      19. 1595/96. 4 stukken.
      20. 1596/97. 1 stuk.
      21. 1597/98. 2 stukken.
      22. 1598/99. 2 stukken.
      23. 1599/1600. 1 stuk.
      24. 1601/02. 3 stukken.
      25. 1604/05. 3 stukken.
      26. 1605/06. 2 stukken.
      27. 1608/09. 1 stuk.
      28. 1610/11. 1 stuk.
      29. 1612/13. 1 stuk.
      30. 1613/14. 1 stuk.
      31. 1614/15. 3 stukken.
      32. 1615/16. 3 stukken.
      33. 1616/17. 1 stuk.
      34. 1617/18. 1 stuk.
      35. 1618/19. 3 stukken.
      36. 1619/20. 1 katern.
      37. 1620/21. 3 stukken.
      38. 1625/26. 4 stukken.
      39. 1627/28. 1 stuk.
      40. 1631/32. 2 stukken.
      41. 1632/33. 2 stukken.
      42. 1637/38. 8 stukken.
      43. 1638/39. 1 stuk.
      44. 1639/40. 2 stukken.
      45. 1640/41. 9 stukken.
      46. 1641/42. 5 stukken.
      47. 1642/43. 6 stukken.
      48. 1643/44. 7 stukken.
      49. 1644/45. 2 stukken.
      50. 1645/46. 5 stukken.
      51. 1648/49. 4 stukken.
      52. 1649/50. 1 stuk.
      53. 1651/52. 2 stukken.
      54. 1652/53. 2 stukken.
      55. 1653/54. 4 stukken.
      56. 1655/56. 14 stukken.
      57. 1657/58. 3 stukken.
      58. 1658/59. 1 stuk.
      59. 1659/60. 9 stukken.
      60. 1660/61. 10 stukken.
      61. 1661/62. 6 stukken.
      62. 1662/63. 11 stukken.
      63. 1663/64. 8 stukken.
      64. 1664/65. 10 stukken.
      65. 1665/66. 7 stukken.
      66. 1666/67. 11 stukken.
      67. 1667/68. 5 stukken.
      68. 1668/69. 11 stukken.
      69. 1669/70. 6 stukken.
      70. 1670/71. 4 stukken.
      71. 1672-1681. 2 stukken.
      72. 1681-1685. 3 stukken.
      73. 1687/88. 2 stukken.
      74. 1691/92. 1 stuk.
      75. 1696/97. 2 stukken.
      76. 1699/1700. 4 stukken.
      77. 1700/01. 6 stukken.
      78. 1701/02. 1 stuk.
      79. 1702/03. 1 stuk.
      80. 1704/05. 1 stuk.
      81. 1705/06. 1 stuk.
      82. 1709/10. 1 stuk.
      83. 1715/16. 1 stuk.
      84. 1738/40. 2 stukken.
      85. 1748/50. 1 stuk.
      86. 1750/52. 2 stukken.
      87. 1766/67. 5 stukken.
      88. 1792/93. 1 stuk.
      89. 1809/10. 4 stukken.
      90. 1829. 1 stuk.
      91. 1872. 1 omslag.
      92. 1907. 1 omslag.
      93. 1917. 1 omslag.
      94. 1918. 1 omslag.
      95. 1919. 1 omslag.
      96. 1920. 1 omslag.
      97. 1921. 1 omslag.

    659-666. Stukken, verband houdende met voorgaande rekeningen.

      1. Lijst van door Luyt van de Graeve gemaakte schoenen voor het weeshuis, 1582, 1583. 1 stuk.
      2. Lijst van degenen die gemaand moeten worden voor verschuldigde jaarrenten, 1589. 1 stuk.
      3. Memorie over het financieel beheer, 1598-1600. 1 stuk.
      4. Memorie inzake achterstallige vorderingen, ca. 1606. 1 stuk.
      5. Afschrift van een schuldbekentenis d.d. 1589 van Johan van Echten van 80 daler, waarvoor Ernst Henrix en Janniken, zijn vrouw, de tienden uit het Weemenland zullen genieten, 1607. 1 stuk.
        N.B. In dorso. Van 1593 achterstedich. Reg. nr. 64.
      6. Memorie over de afrekening van achterstallige schuld van Henrick Buytenhuys, 1608-1614. 1 stuk.
      7. Extract uit de rekening over 1563 betreffende een roggerente, verschuldigd door Nanneman, ca. 1620. 1 stuk.
      8. Trekkingslijst van de verloting van bijbels ten bate van het Burger Weeshuis, 1759. Gedrukt. 1 stuk.


    2. Overige financiële bescheiden

    667-674 "Concept-kasboek", 1847-1910.

      1. 1847-1851.
      2. 1852-1860.
      3. 1861-1871.
      4. 1872-1884.
      5. 1885-1892.
      6. 1893-1900.
      7. 1901-1909.
      8. 1910, met kladaantekeningen. Onvoltooid.

    1. Journaal van ontvangsten en uitgaven, 1640-1644. 1 omslag.

    2. Journaal van wekelijkse uitgaven, 1756-1764, gevolgd door grootboek van uitgaven door de weesmoeder voor kleding en de huishouding, 1805. 1 deel.

    3. Grootboek van uitgaven voor kleding en huishoudelijke uitgaven, 1805-1810. 1 deel.

    4. Kwitanties voor aanschaf van kleding, 1810-1829. 1 omslag.

    5. Kasboek, 1828-1830. 1 deel.

    6. Staten van het kasgeld, 1828, 1829. 2 stukken.

    7. Kohier van ontvangsten, 1830-1834. 1 deel.

    8. Journaal van uitgaven, 1830-1835. 1 deel.

    9. Kohier van uitgaven, 1830-1834. 1 deel.

    10. Memoriaal van ontvangsten en uitgaven, bijgehouden door S.J.F. de Ranitz, 1840-1843. Aan ommezijde: "Particuliere aanteekeningen omtrent het Groot Burger Weeshuis" en "Tot eigen genoegen gehouden notulen", 1840-1844. 1 deel.

    685-688. Memoriaal der kas, 1850-1910. 4 delen.

      1. 1850-1864.
      2. 1865-1883.
      3. 1883-1898.
      4. 1899-1910.

    1. Rekening-courant, 1896-1904. 1 deel.

    2. Rekening-courant, 1904-1906. 1 deel.

    3. Kasboek, 1906-1919. 1 deel.

    4. Maandstaten van ontvangsten en uitgaven, 1907. 1 omslag.

    5. Grootboek, 1926-1932. 1 deel.

    6. Kasboek, 1928-1932. 1 deel.

    695-699. Kasboek van de directrice, 1922-1927. 5 delen.

      1. 1 maart 1922-14 juni 1923.
      2. 15 juni 1923-30 mei 1924.
      3. 1 juni 1924-31 juli 1925.
      4. 1 augustus 1924-15 mei 1926.
      5. 15 mei 1926-1 augustus 1927.

    700-702. Tabellarisch kasboek van uitgaven voor de huishouding door de directrice, 1925-1932. 3 delen.

      1. 1 januari 1925-januari 1926.
      2. februari 1926-maart 1927.
      3. maart 1927-mei 1932.

    1. Vervalt.

    704-705. Kasboek van ontvangsten en uitgaven door de directrice, 1922-1933. 2 delen.

      1. 1922.
      2. 1923-1933.

    1. Bijlagen bij voorgaand kasboek, 1928, 1929. 1 omslag.

    2. Weekstaten van huishoudelijke uitgaven, 1923, 1926. 1 deel.
      N.B. In "Huishoudboek. Eenvoudige handleiding voor Nederlandsche Huisvrouwen, ...samengesteld door een huismoeder". Zwolle. Gedrukt.

    3. Winkelboekje van leveranties van naaibenodigdheden door de fa. Van der Werff aan het Burger Weeshuis, 1897-1902. 1 deeltje.

    4. Register van conditiën van aanbesteding van leveranties, van verpachting, van de verkoop van hout en de huid van het "slagt-beest", 1757-1833. 1 deel.

    5. Stukken betreffende de afrekening van houtverkopingen, 1867-1903. 1 omslag.

    6. Kohier van ontvangsten van pachten en rekening-courant met notarissen, 1875-1905. 1 deel.

    7. Kohier van ontvangsten, 1925-1946. 1 ringband.

    8. Rekening van mr. E.G. Ardesch van ontvangsten en uitgaven inzake land in de Arkemheense Polder, 1828. 1 stuk.

    9. Stukken betreffende het onderhoud van gebouwen, 1928-1930. 1 omslag.

    10. Brieven, ingekomen van de kassiers Scholten en Van den Broeke te Amsterdam, 1844-1859. 1 omslag.

    11. Rekening-courant van notaris mr. J.F. Neeb met het Burger Weeshuis, 1883-1896. 1 deel.

    12. Rekening-courant van mr. J.F. Neeb met het Burger Weeshuis, met bijlagen, 1907-1922. 1 omslag.

    13. Rekening-courant van de firma Jonas en Kruseman te Amsterdam met het Burger Weeshuis, 1891-1932. Met bijbehorende stukken, 1904-1918. 1 omslag.

    14. Rekening-courant van Gebr. Aikema te Amsterdam met het Burger Weeshuis, 1895-1906; lijsten van weduwen, begiftigd met de Mulaerts-deling, 1896-1916. 1 deel en 1 omslag.
      N.B. Rekening-courant van Gebr. Aikema te Amsterdam met het Burger Weeshuis, 1883-1911, In inv. nr. 21.


    B. Juffer Mulaerts deling

      In 1593 gaf Clara van Cuylenburgh, weduwe van Johan Mulert, een boerderij in Hulshorst en land in de Arkemheen aan de armen in Harderwijk voor een wekelijkse uitdeling. In 1757 werd het beheer overgedragen aan de weesmeesters van het Burger Weeshuis, die de wekelijkse uitdeling aan vijftig weduwen op de oude voet voortzetten.
      N.B. Zie voor de bedeelde weduwen ook inv. nrs. 21 en 719, en voor Groot en Klein Mulaerts erf te Hulshorst inv. nrs. 251, 252 en 294-297.

    1. "Ligger van de goederen van Juffer Mulaerts deylinge, mitsgaders van de jaarlijksche uytdeelinge en conditiën van houtverkopingen", met afschrift van de stichtingsbrief; 1772-1829. Aan ommezijde lijst van provisoren, 1674-1793, aangelegd 1758. 1 deel.
      N.B. reg. nr. 66.

    2. Extract uit het resolutieboek van de Magistraat van Harderwijk, waarbij de administratie van Juffer Mulaerts delingen wordt gebracht onder de twee jongste onderweesmeesters, 1757. 1 stuk.

    3. Lijst van begunstigde weduwen, ca. 1820-1923. 1 deel.

    4. Lijst van begunstigde weduwen, 20ste eeuw. 4 stukken.

    5. Lijst van uitgaven voor de weeskinderen en de weduwen van de Juffer Mulaerts deling, 1857-1882. 1 omslag.

    6. Kiezerslijst van de gemeente Harderwijk. Met missive van de burgemeester van Harderwijk met het verzoek om opgave van degenen die onderstand genieten, 1897. 1 deel en 1 stuk.

    7. Akte, waarbij de overprovisoren van Juffer Mulaerts deling en Henricus Geltsayer enige landerijen te Hulshorst verdelen, tot dusverre in gemeenschap bezeten, 1695. 1 charter.
      Klik op het plaatje voor groter beeld
      Charter 726

    727-729. Register van jaarrekeningen, 1674-1829. 3 delen.

      1. 1674-1722.
      2. 1723-1776. Achterin: lijst van goederen, lijst van uitdelingsgerechtigden, ca. 1758-1776, verkoop van houtgewassen, 1758-1776.
      3. 1776-1829.

    1. Request om vrijstelling van waaggeld voor het Burger Weeshuis en Juffer Mulaerts deling. Met toestemmend apostille, 1758. 1 stuk.

    2. Memorie van hetgeen op een glas in het Mulaertserf staat over de stichting van Clara van Cuylenburgh, weduweMulerts, 1700. 1 stuk.


    C. De Spaar- en bewaarbank

      In 1832 werd de spaarbank van het Nut van 't Algemeen opgeheven. Omstreeks dezelfde tijd werd een spaar- en bewaarbank opgericht om handwerkslieden, dienstboden en minvermogende ingezetenen van Harderwijk en omgeving geld te laten sparen en in bewaring te laten geven. In 1903 werd de spaarbank opgeheven en de middelen en het reservefonds van het Departement Harderwijk van het Nut van 't Algemeen werden gedeponeerd bij het BurgerWeeshuis. Bij een eventuele oprichting van een ziekenhuis in Harderwijk dienden de regenten het kapitaal met de gekweekte rente hieraan over te dragen.
      N.B. Zie ook inv. nrs. 95-97.

    1. Reglement, ca. 1832. Gedrukt. 1 stuk.

    2. Notulen, 1903. 1 stuk.

    3. Ingekomen stukken, 1832, 1898, 1903. 3 stukken.

    4. Kasboek, 1889-1902. 1 deeltje.

    5. Stukken van financiële aard, 1892-1903. 4 stukken.

    D. Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, Departement Harderwijk

    1. Huishoudelijk reglement voor het Departement Harderwijk, der Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen. Opgerigt den 4den van Bloeimaand 1809. 1855. Gedrukt. 1 deeltje.

    2. Huishoudelijk reglement,wijzigingen, 1885. Gedrukt. Met bijgeschreven wijzigingen. 1 deeltje.

    3. Wet der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1895. Gedrukt.

    4. Notulen, 1864-1898. deel.


    E. Fonds van het Hervormd Godsdienstig Onderwijs aan arme kinderen,
      de Kleine kinder Bewaarschool en de Hervormde Bewaarschool

      De regenten van het Burger Weeshuis hadden zitting in het bestuur van het Fonds en als zodanig ook in dat van de Bewaarschool.

    1. Reglementen van het Fonds van het Hervormd Godsdienstig Onderwijs aan arme kinderen te Harderwijk en van de Hervormde Bewaarschool, 1890, 1913. Gedrukt. 3 deeltjes.

    2. Brief, waarin de regenten van het Burger Weeshuis de voorwaarden aanvaarden, waaronder een "kleine kinder bewaarschool" kan worden opgericht ingevolge het testament van Ds. J.L. Augustini (1850). Met afwijzende beschikking van de Minister van Financiën op het verzoek om teruggave van betaalde successierechten, 1851. 2 stukken.

    3. Register van de jaarrekeningen van de Gereformeerde Diaconie- en Godshuizenschool te Harderwijk, 1 maart 1827, voortgezet als Gereformeerd Onderwijs aan Armen Kinder te Harderwijk, overgelegd door twee regenten van het Burger Weeshuis, 1823-1832. 1 deel.
      N.B. De rekeningen werden afgehoord door de wethouder J.J. van Loenen als overprovisor; als onderprovisoren fungeerden de regenten van het Burger Weeshuis en van het Diaconie Weeshuis en de twee oudste diakenen.

    4. Jaarrekeningen van het fonds van de Hervormde Bewaarschool, 1887-1925. 1 deel.
      N.B. De rekeningen werden jaarlijks goedgekeurd in de algemene vergadering.

    5. Financieel overzicht over 1929-1931. 1 stuk.

    746-750. Bijlagen bij niet aanwezige rekeningen van de Hervormde Bewaarschool, 1933-1938. 5 omslagen.

      1. 1933.
      2. 1934.
      3. 1936.
      4. 1937.
      5. 1938.

    1. Memorie inzake de administratie van het fonds van de Hervormde Bewaarschool, 1934. 1 stuk op 4 bladen.

    2. Bestek en voorwaarden van de verbouwing van de Hervormde Bewaarschool en de bouw van een speellokaal. Met plattegrond en doorsnede, 1935. 1 deel en 1 kaart.


    F. Groene Kruis

    1. Kasboek van het beheer van de fondsen van het Groene Kruis, 1903-1917. 1 deel en 1 stuk.



    REGESTEN VAN AKTEN

    1. 1407 september 20 (op Sunte Matheus'avont apostoll ende evangeliste)
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Jutte Bolle, begijn, met meester Reyner, haar momber, aan de begijnen op het Grote Convent al haar bezit heeft opgedragen, met name een jaarrente van drie schepel rogge uit de Lochorst.
      Oorspr. (inv. nr. 309), met het geschonden zegel van de stad.
      N.B. In dorso: Jan Luyten cum suis. Op de zegelstaart: Michiel Aelt n.s.


    2. 1432 oktober 25 (up Sunte Crispinus'dach et Crispiniani).
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Riklant en Bette, begijnen op het Cleyne Convent, met toestemming van broeder Henric van Huessen, hun overste, koster der Mynrebrueder, aan de begijnen op het Grote Convent opgedragen hebben hun huis en hofstede, gelegen buiten de stad, genaamd dat Cleyne Convent, met de daartoe behorende renten en goederen en dat overeengekomen is, dat Rijklant en Bette met de andere begijnen van het Grote Convent hierin zullen wonen en de goederen en inkomsten van de andere begijnen in het Grote Convent zullen genieten, maar dat zij die niet zullen genieten, wanneer zij zonder toestemming van hun overste eruit trekken en niet met de andere begijnen willen wonen of omgaan.
      Oorspr. (inv. nr. 198), met het geschonden zegel van de stad.

    3. 1453 januari 8.
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Griete Gosens, met Derick Voet, haar momber, opgedragen heeft aan de begijnen, wonende buiten de stad aan St. Nyclaes Kerkhof, een jaarrente van zeven vlaamse groten uit Griete Rosenhof, gelegen in de Smeerstege tussen die steeg en de hof van Johan Ottenzoon.
      Oorspr. (inv. nr. 390a), met het geschonden zegel van de stad.

    4. 1458 september 2 (altera die Egidii).
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Engele Stoters, met Tyde Mertenss., haar momber, opgedragen heeft aan Bye, mater van de begijnen van het Convent bij St. Claes, ten behoeve van dit Convent een hof buiten de stad aan de steeg op het Solvelt, gelegen tussen land van Liefer Voet en St. Anthonis' vicarie, met de verplichting jaarlijks op de vier hoogtijden een kaars van een pond was te maken en te zetten op de kroon in het koor bij de Mynrebruederen.
      Oorspr. (inv. nr. 200), met het geschonden zegel van de stad.
      N.B. In dorso: Van den hoff bij die toubaen.


    5. 1465 februari 25 (des manendages post Esto michi).
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Gerit Noydens en Korstyne, zijn vrouw, opgedragen hebben aan Alijd, de begijn, hun zuster, wonende op het Grote Convent, een dagmaat hooiland, gelegen op de Oestermeden naast land van Alijt, weduwe van Maes Claissen, en haar kinderen, die de "wedergade" hebben, belast met een jaarrente van een oude groot.
      Oorspr. (inv. nr. 201), het zegel van de stad is verloren.

    6. 1496 juli 25 (Colonia, in domo habita .... Anthonii de Lippia, barbitonsori).
      Theodericus de Superior Wesalia, geestelijke in de diocese Treverum, notaris, instrumenteert, dat ten overstaan van Johannis de Harderwick en .... de Novimagio, geestelijken van de diocesen van Traiectum en Colonia, als getuigen, .... Ruwe van Harderwick, priester van de diocese Traiectum, testament heeft gemaakt, waarbij hij geldbedragen en jaarrenten nalaat aan de aartsbisschop van Colonia, de kerkfabriek van mr. Arnoldus de Remerswale, kapellaan van de kerk van ...., de kerk van St. Pa(nthaleon), heer Amelricus ...., priester van de kerk Maria in Harderwick in de diocese van Traiectum, heer Arnoldus Peregrini, priester in genoemde kerk, aan ....dis de Lippia, baardscheerder in Colonia, in de vicus genaamd Smeers en zijn overige bezit aan zijn broeders en zusters, waarbij niet is inbegrepen hetgeen hij eertijds aan zijn zuster Berta heeft gegeven, en benoemt heer Amelricus bovengenoemd en heer (Arnoldus Peregrini) tot executeurs.
      Oorspr. (inv. nr. 357), met een fragment van het merk van de notaris.
      N.B. Als omslag gebruikt voor de rekening over 1575/76. Van de rechterkant en de onderkant is een strook afgesneden. Met bijgeschreven notitie, dat de zoon van Bernardus Johannis 7 gulden 11/2 stuiver heeft (ontvangen?).


    7. 1511 januari 31 (dages voir Onser Lyever Vrouwen avent purificationis).
      Arnt van Brenen en Reyner van Wenchem, holtrichters van de Sprielremark, oorkonden, dat voor hen en voor Henrick Gijsesen en Johan Geritsen, maalmannen, German Gijsesen en Weyme, zijn vrouw, verkocht hebben aan Arnt Herbertsen een halve hoeve hout in de Sprielremark en dat Henrick Gijsesen, broeder van German, afstand heeft gedaan van zijn recht van lossing.
      Oorspr. (inv. nr. 265), met de zegels van de oorkonders.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 28.; 16de-eeuw afschrift in inv. nr. 265.


    8. 1516 januari 24 (op Sancte Mathias'avent apostel).
      Arnt van Brenen en Reyner van Wenchem, holtrichters in de Sprielremark, oorkonden, dat voor hen en voor Bartolt Brinck en Evert Andressen, maalmannen, Alfart Brinck en Griete, zijn vrouw, een halve hoeve hout in de Sprielremark verkocht hebben aan Arnt Herbertsen, waarvoor zij hun erf in de buurschap Norden in het kerspel Putten tot zekerheid stellen.
      Oorspr. (inv. nr. 265), met de zegels van de oorkonders.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 28.


    9. 1516 november 26 (op wonsdaeges nae Sinte Catarijnendach joffer).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Henrick van Gelre en Lijsken, zijn vrouw, hebben verklaard aan Andries Woutersen en Griete, zijn vrouw, verschuldigd te zijn een jaarrente van 51/4 philipsgulden uit hun huis in de Donckerstraat, gelegen tussen de huizen van Heylgen Wouter Maessen en Cornelis Diericxen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 24. Vgl. regest nr. 32.

    10. 1517 januari 25 (op Sunte pouwelsdach conversionis).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Wyllem Nagge en Anna, zijn vrouw, opgedragen hebben aan Jan Meyer en Mechtelt, zijn vrouw, en aan Jan Pelesen en Griete, zijn vrouw, een kamp land in de vrijheid van de stad gelegen tegenover de Cruycen en tegenover de Middelwal, geheten de Strycxkamp, belast met jaarrenten van een gouden kroon en 31/2 rijnse gulden, waarvoor tot zekerheid, wordt gesteld een rente van 10 horentgens gulden uit een huis in de Wullenweverstraat, verschuldigd door Tjaeb Henricxen, gelegen tegenover het huis van Goert Gerlacen, en hun hof aan de weg naar St. Niclaes bij de hof van Gijsbert Conynck gelegen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 30.
      Vgl. regest nr. 39.


    11. 1519 augustus 6 (op saterdages nae Sunte petersdach ad vincula).
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Wouter Grymtgens en Lubberich, zijn vrouw, opgedragen hebben aan Johan van Collen en Weyme, zijn vrouw, hun huis in de St. Annenstraat., gelegen tussen de huizen van Ricolt Mijs en Jan van Reyeswijck.
      Oorspr. (inv. nr. 180), met het zegel van de stad.

    12. 1522 mei 1.
      Schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat Jacop Heymenszoon en Weyme, zijn zuster, opgedragen hebben aan Jan Engbertszoon van Jannygen, zijn vrouw, hun huis in de Haverstraat, gelegen tussen de huizen van Goert Volkerszoon en Zegher Janszoon, belast met een jaarrente van twee horentgens gulden aan de Graeuwe Zusters voor een uitdeling aan de armen, en dat zij tot zekerheid stellen hun hof in de Broicksteeg, gelegen tussen de hoven van Dirick Cosijnszoon en Foeyse Micken.
      Oorspr. (inv. nr. 181), met het zegel van de stad.
      N.B. Op de zegelstaart: Z. Albert Peters.


    13. 1525 augustus 26 (des saterdaiges post Bartolomei apostoli).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat heer Hubert Bloet, met Frans Willemzoon, zijn momber, opgedragen heeft aan HesselI Gerritzoon en Gerritgen, zijn vrouw, een kamp land in de stadsenk gelegen op de hoek van de steeg, waar de nonnen aan de andere kant van de steeg land hebben, grenzende met het ene einde aan land van Alphert Brynck Lambertzoon en met de andere zijde aan land van de Grauwe Zusters.
      Oorspr. (inv. nr. 213), met het geschonden zegel van de stad.
      N.B. Hierdoor zijn gestoken de akten van 27 september 1584 en 8 maart 1595 (reg. nrs. 62 en 69).


    14. 1525 augustus 26 (des saterdaiges post BartoIomei apostoli).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat heer Hubert Bloet, met Frans Willemzoon, zijn momber, opgedragen heeft aan Willem Willemzoon van der Wall en Yede, zijn vrouw, een kamp land achter Sint Jurrien bij die Sypell tussen land van Alphert Brynck Lambertzoon aan, de stadskant en land van de Grauwe Susteren, bezwaard met een jaarrente van een gulden aan heer Henrick Albertzoon, die deze rente heeft overgedragen aan Willem en Yede, en met een jaarrente van 19 oude vlaamsen aan de heren van St. Johanssdale in der Heren Loe en de proviniers van St. Jurrien.
      Oorspr. (inv. nr. 202), met het zegel van de stad.
      N.B. In dorso: "Mogelijk deselfde camp die scheit tegens de Vossencamp".


    15. 1533 maart 21 (op vrijdach post Oculi).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Andrees van Spulde opgedragen heeft aan Evert Evertzen een hof, gelegen aan de oostzijde van de stad naast de boomgaard van meester Tuen van Beisteren.
      Oorspr. (inv. nr. 206), met het zegel van de stad.

    16. 1535 april 19 (op maendach nae den sondach als men singet Jubilate).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat mr. Galle en Evertgen, zijn vrouw, verklaard hebben aan Berent van Steyn, Pouwel HesseIsen en Germen Bitter, gildemeesters van St. Lucien gilde, jaarlijks 11/2 molder rogge uit hun huis bij St. Nyclaespoort verschuldigd te zijn.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 27.

    17. 1538 maart 4.
      Wolter Henricxen en Lambert Brinck, zijn vrouw, verklaren Gijsbert Huddinck wegens een lening van 50 gelderse rijdergulden een jaarrente van 3 gulden verschuldigd te zijn, waarvoor gepeind mag worden aan hun erf en goed, gelegen aan de Hoeff in het kerspel Putten, welke akte mede is bezegeld door Claes Henricxen, broeder van Wolter.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 22.
      N.B. Vgl. regest nrs. 18 en 30.


    18. 1541 maart 10.
      Wolter Henricxen en Brinck, zijn vrouw, verklaren Gijsbert Reynertz. wegens een lening van 50 gelderse rijdergulden een jaarrente van 3 gulden verschuldigd te zijn, waarvoor gepeind mag worden aan hun erf en goed, gelegen aan de Hoeve in het kerspel Putten, welke akte voor Brinck bezegeld is door Claes Henricxen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 23.
      N.B. Vgl. regest nrs. 17 en 30.


    19. 1541 juni 20.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Wilhem Wilhemzoon van der Wall en Weyme, zijn vrouw, verkocht hebben aan Herman Goessenssen van Gynckell en Jutte, zijn vrouw, hun kamp land, gelegen achter St. Joerien bij de Zijpell tussen land van de erfgenamen van Alphert Brinck, en de Observantinnen, achter grenzende aan de kamp van Hesselt Gerritzoon, benevens een huis in de St. Annenstraat tussen de huizen van Hesselt Gerritzoon en Wolter Wolffzen.
      Oorspr. (inv. nr. 202), met het zegel van de stad.

    20. 1546 mei 7.
      Nuey Bertsz. en Henrick Wyechmansz., huwelijkslieden voor Cornelys Bertsz. en Weym, zijn vrouw, en Andryes, hun zoon, enerzijds en Steven van Koeth, schout van Ermell, en Geryt van Koeth, huwelijkslieden voor Aeldt Geritsz. en Gryete, zijn vrouw, en Elysabeth, hun dochter, anderzijds, stellen de huwelijksvoorwaarden voor Andryes en Elysabeth vast, waarbij bepaald wordt, dat ieder 50 gouden gelderse rijdergulden medebrengt, dat zij bij zijn ouders zullengaan wonen en dat wanneer zij elders zullen gaan wonen, zij behalve de genoemde geldbedragen van wederzijdse ouders twee paarden en twee koeien zullen krijgen.
      Oorspr. (inv. nr. 60), met het zwaar geschonden zegel van Steven van Koeth en dat van Gerit Nannemansz.; het zegel van heer Arndt Onraet is verloren.

    21. 1551 september 15.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Gerryth Daemsen en Merten, zijn vrouw, hebben verklaard aan Claes Wyllemsen en Wijntgen, zijn vrouw, jaarlijks 1 gulden verschuldigd te zijn uit hun huis in de Rabbenstraat op de hoek bij de put aan de ene zijde en de steeg die naar jonge Martens schuur gaat aan de andere zijde, achter grenzende aan Cunne Meyers "hanck".
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 25.
      N.B. Vgl. regest nr. 33.


    22. 1554 maart 27.
      Andrees Everdtsen en Jutte, zijn vrouw, verklaren, dat zij van Margriet Theynnaegels, weduwe van Roleph van Oldenbarnefelt, 100 gulden ontvangen hebben, waarvoor zij haar jaarlijks 5 gulden zullen betalen en Albert Rijcksen en Wychgemoeth, zijn vrouw, verklaren dat zij hiervoor tot zekerheid stellen het door hen bewoonde Zeemansgoed, gelegen binnen- en buitendijks in Erckmeden in het ambt en kerspel Nyekerck, oostwaarts strekkende aan de Spoyghe op de Arckergrafft.
      Oorspr. (inv. nr. 316), met de licht geschonden zegels van Coep Schrassert en Bessel van Weynckum Reynartsen.
      N.B. In dorso: Dessen brief hebben Jan Jacopsen und sijn huisvrouw gekoft gehat.


    23. 1555 februari 4.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Reyer Janssen en Aeltgen, zijn vrouw, verkocht hebben aan Johan Francken en Truytgen, zijn vrouw, het zesde deel van de kamp van hun ouders, gelegen achter de Melaten tussen de beide Zijpelen, eertijds gekocht van wijlen heer Wilhem van Hyerden en door hen van hun moeder geërfd.
      Oorspr. (inv. nr. 207), met het zegel van de stad.
      N.B. Hieraan is gehecht de akte van 26 november 1561 (regest nr. 43).


    24. 1555 maart 30.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Herderwijck oorkonden, dat zij met toestemming van de gemeenslieden van verleden jaar tot bevordering van het nieuw opgerichte weeshuis aan de weesmeesters Peter Harbertssen, Wolter Rijcxen, mr. Rutger Henricxen en Jacop Hegeman hadden toegestaan jaarrenten ten laste van de stad af te lossen en voortaan te innen van de pachters van stedelijke bezittingen en dat de weesmeesters vervolgens van Wylhem Velyck, Aert Zuyren en Henrick Huddinck een jaarrente van 6 gulden, van Berent van Amstell Arentsszoon een jaarrente van 8 gulden ad 24 stuivers de gulden en van St. Georgius'gilde een jaarrente van 6 gulden ad 23 stuivers de gulden hebben afgelost, en staan derhalve toe aan de weesmeesters jaarlijks 193/4 gulden ad 24 stuivers de gulden te innen van Brant van Deelen als pachter van de Hoge Varen en van de opvolgende pachters en stellen hiervoor de Hoge Varen tot onderpand.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 17.
      N.B. Gedrukt naar ander afschrift met afwijkende spelling in: Moorman van Kappen p. 245.


    25. 1555 december 13.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat zij Peter Herberssen en Wolter Reycxen, weesmeesters, hebben toegestaan een jaarrente van 6 gulden te lossen van Catrijne, dochter van Johan Evertszoon, te Amstelredam, welke rentebrief op naam stond van Pilgeren, heer Evert en Alijt van Esfelt, en voortaan jaarlîjks 6 gulden te innen van Brant van Delen, pachter van de Hoge Varen en van de opvolgende pachters en stellen hiervoor de Hoge Varen tot onderpand.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 18.
      N.B. Gedrukt naar ander afschrift met afwijkende spelling in: Moorman van Kappen p. 246.


    26. 1556 februari 29.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat joffer Margriet Wolffs met Henrick van Brienen, haar momber, verklaard heeft 100 rijdergulden verschuldigd te zijn aan Hansken de Backer en Alijt, zijn vrouw, waarvoor zij hen jaarlijks zal betalen 5 gulden uit haar huis, door haar bewoond, in de Donckerstraat gelegen tussen de huizen van Henrick van Brienen en Lambert Brinck.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 26.

    27. 1556 maart 14.
      Broeder Johan van Thynen, gardiaan, broeder Gerrit Neugessen, vicegardiaan, broeder Wilhem, predikant en senior, en de gezamenlijke conventualen in het Minderbroedersconvent in Harderwijk, verklaren, dat zij het oude verbrande en vervallen huis met de daarbij behorende plaats, die door de weesmeesters nu in het vierkant door een muur is omgeven, grenzende aan het kleine kerkhof van het convent, voor zover aan het convent toebehorende, hebben overgegeven om daar een weeshuis op te richten, nadat burgemeester, schepenen en raad hierom hadden gevraagd en op verzoek van het convent hiervoor toestemming hadden gevraagd bij het Hof in Brabant, omdat lang geleden de vorst van deze landschap (i.c. de hertog van Gelderland), wanneer hij in Harderwijck kwam, hierin meermalen heeft gelogeerd, welke toestemming de magistraat blijkens een schrijven tegemoet kan zien en mede omdat de magistraat aan het convent voorspraak heeft toegezegd "an de brugge ind affslageren" als anderszins.
      Concept op perkament (inv. nr. 172).

    28. 1556 juni 15
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat EvertWoutersz. en zijn zonen Thyman en Peell hebben verkocht en opgedragen aan Peter Herbertsz., Wolter Rijckz. en Jacob Hegeman, weesmeesters, ten behoeve van de wezen en het weeshuis, hetgeen zij geërfd hebben van Everts neef, heer Evert Reyerz.
      Oorspr. (inv. nr. 112), met het zegel van de stad. In dorso: Van dat eerff tho Halffkuesen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 27.


    29. 1556 augustus 2.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Johan Francken en Truytgen, zijn vrouw, mede voor Reyer Janssens en Aeltgen, zijn vrouw, en Marrie Gerrits enerzijds en Gerrit en Nhale Roeleffs, mede voor Reyer Reyerzoon, en Marrie, Ghele en Gerritgen Barts anderzijds de kamp, gelegen tussen beide Zijpelen verdeeld hebben, waarbij van de helft naast de Melaten Johan en Truytgen tweederde deel en Marrie eenderde deel zullen hebben en van de andere helft naast de stadsweide zullen Gerrit en Nahle tweederde deel en Marrie, Ghele en Gerritgen eenderde deel hebben, terwijl de wal en vrede tussen beide helften zal behoren tot laatstgenoemde helft, waarvoor de eigenaren anderhalve rijdergulden per jaar zullen betalen aan die van de eerstgenoemde helft.
      a. Oorspr. (inv. nr. 207), het stads zegel ontbreekt.
      In dorso: Van desen mhout sijnnen twee breven, desse vuer Johan Francken met de sijnen ind de andere vuer de andere parthije.
      b. Oorspr. (inv. nr. 207), met het zegel van de stad.
      In dorso: Van desen mhout sinnen twee breven, desse vuer Gerrit ind Nhalen Roeleffse mit de oeren ind de ander vuer de anderen. Met ondergeschreven verklaring dat de dertig gulden, die Jan Franckessen en nu zijn zoon Gerryt Franckessen en nu zijn zoon Gerryt Franckessen uit de kamp toekomen, 26 november 1561 zijn betaald.


    30. 1556 augustus 23.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Gyessbert then Hoeve of Huddinck aan de arme wezen in deze stad gegeven heeft twee rentebrieven ten laste van Wolter Henrickzoon, ieder van 3 gulden 's jaars.
      a. Oorspr. (inv. nr. 310), met het zegel van de stad.
      b. Afschrift in inv. nr. 2 p. 24. N.B. Betreft de rentebrieven van 4 maart 1538 en 10 maart 1541 (reg. nrs. 17 en 18). Gedrukt, Moorman van Kappen, p. 241.


    31. 1556 november 26 (postridie divae Catharinae virginis et martyris).
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck geven op verzoek van de weesmeesters, regenten of curatoren van het weeshuis dat onlangs is opgericht, na raadpleging van de ordonnanties van weeshuizen in Utrecht, Amstelredam enAmersfoert, een ordonnantie voor het weeshuis.
      a. Oorspr. (inv. nr. 25), met het zegel van de stad.N.B. Gedrukt: J. Schrassert, Hardervicum Antiquum I, 1732, p. 59 (met vele transscriptiefouten); Moorman van Kappen, p. 243.
      b. Afschrift in inv. nr. 2.
      c. Afschrift in inv. nr. 3.
      d. Afschrift in inv. nr. 25.


    32. 1557 mei 17.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Wolter; Rijcxen en zijn zoon Reyer met joffer Marie vanOldenbernevelt,; zijn vrouw, aan de wezen in het weeshuis in Harderwijck hebben opgedragen een jaarrente van 23/4; philipsgulden uit het huis van Jannetken van den Graven.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 25. Betreft de helft van de jaarrente, gevestigd 26 november 1516 (regest nr. 9).

    33. 1558 december 4.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Claes Wyllemsen Cuse en Wijntgen, zijn vrouw, aan deweesmeesters ten behoeve van het weeshuis en de arme wezen in de stad hebben opgedragen een rentebrief van 1 gulden 's jaars, vermeld in de akte van 15 september 1551 (regest nr. 21).
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 26.

    34. 1558 december 11.
      Schepenen en raad van Harderwijk oorkonden, dat Geertgen, weduwe van Lubbert Cornelisszoon, met Jacob deSmit~ haarmomber, Franck Cornelisszoon en Truye, zijn vrouwen Beert Martenzoon en Belie, zijn vrouw, verkocht hebben aan zuster Gryetgen Brinck, moeder in het Begijnenhuis op het Kerckhoff, anderhalve morgen land te Hyerde, gelegen tussen het land van Jacob Hannis en dat van Aert AeltzenRamaecker, eertijds van Melis van Staveren, grenzende aan land van koopster, waarvoor Geertgen voor de ene helft tot zekerheid stelt haar aandeel in de nalatenschap van haar vader Neuge Henrickzoon en Franck en Truye een kamp die zij met Aelt Wijnen gemeenschappelijk bezitten en Berent en Belie hun land over de Hyerderbeek, grenzende aan dezekamp.
      Oorspr. (inv. nr. 242), met het zegel van de stad.
      N.B. In Dorso: met 17de-eeuwse hand: Jan Henrickssen Schram; met 19de-eeuwse hand: No 7. 6 schepel in de Grascamp. Op zegelstaart: Peter Brinx.


    35. 1559 april 19.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Tilman Goessenzen opgedragen heeft aan Aert Goertszen van Valckestheyn een hof, gelegen aan de oostzijde van de stad bij de Timmerschuur, belend oostwaarts door land van Reyer van Beysteren, westwaarts dat Oever, zuidwaarts Wijntgen Derickzen.
      Oorspr. (inv. nr. 203), met het zegel van de stad. In Dorso: Wan Hoverhoff aen de timmerschuer gelegen.

    36. 1559 april 23.
      Evert Meussen en Maesschen, zijn vrouw, verklaren van Margariet, weduwe van Johan Rijcksen, 100 gouden hertog philipsgulden ontvangen te hebben, waarvoor zij een jaarlijkse rente van 6 gulden zullen betalen, waarvoor Margariet peinden mag aan hun huis, hofstad en kampje aan de Veenestraat in de vest van der Nyerkercken, waarvan belend zijn oostwaarts Goessen Henrycksen op de Beyck, zuidwaarts Reyner Claesen van Wenckum westwaarts de straat en noordwaarts het Gasthuis, en aan hun vierdedeel van het goed Bitterschoten, gelegen in het kerspel Barnevelt, waar oostwaarts het goed Huuckenhorst en westwaarts het erf Bitterschoten het dichtst naast liggen, terwijl Margariet de rente zich mag laten betalen uit de renten en pachten, die Evert en Maesschen ingevolge hun huwelijksakte te vorderen hebben van Meus Elbertsen en Margryet, zijn vader en stiefmoeder.
      Afschrift door HesselI Albertsen, secretaris, in inv. nr. 312.
      N.B. In dorso: De weyssen kynderen.


    37. 1559 augustus 16.
      Reyer Gerritsen en Marry, zijn vrouw, verklaren, dat zij wegens ontvangen 50 enkele joachimsdalers aan Johan Harmansen en Alijt, zijn vrouw, een jaarrente van 21/2 daler verschuldigd zijn, waarvoor dezen bij niet-betaling mogen peinden aan hun kamp land in het ambt Ermel in de buurschap Hoephuysen, waar oostwaarts de erfgenamen van Wyllem Wegesen, westwaarts Reyer van Hollyck en zuidwaarts Johan van Cranenburch belend zijn en liggende langs de Monyckensteeg, welke akte bezegeld is door Peter Herbersen en Merten Coelwagen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 33. Met aantekening dat deze rente 11 maart 1578 is afgelost door Wyllem Greve, die dit onderpand gekocht had.
      N.B. Vgl. regest nr. 38.


    38. 1559 augustus 31 (op donderdach post Barholomei apostoli).
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Jan Harmansen en Alijt, zijn vrouw, de rentebrief van 16 augustus 1559 (regest nr. 37) geschonken hebben aan de weesmeesters ten behoeve van het weeshuis en de arme wezen.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 33. Met aantekening dat deze rente 11 maart 1578 is afgelost door Wyllem Greve.

    39. 1560 maart 18.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Johan Ruu en Marrie, zijn vrouw, Egbert Collert en Geertge Ruwe, zijn vrouw, Brant Ruu, Derick Wilhemz. als gevolgmachtigde van zijn zwager en nicht Henrick van Lockhorst en Weyme Ruwe, diens vrouw, en Berent Jacobz. voor zichzelf en met Henrick Haze als gevolgmachtigden van de erfgenamen van Berent Mheyer verkocht hebben aan Ernst Witte en zijn helpers als weesmeesters ten behoeve van de arme wezen in deze stad de aan wijlen Berent Mheyer en diens vrouw Jannetge toebehorende helft van de Strijpscamp, gelegen tegenover de middelwal, waarvan de andere helft aan de erfgenamen van Jan Pelezoon toebehoort, bezwaard met een jaarrente van 51/2 pond en een kwart rijnsgulden aan de vicarissen en met een rente aan Arentgen, weduwe van Sweer van Wijnbergen, waarvoor zij tot onderpand zetten een kampje van wijlen Berent en Jannetge voornoemd, gelegen tegenover de molen van de commandeur tussen het land van de erfgenamen van Aelt van Harderwijck en van wijlen Johan van der Huet.
      a. Oorspr. (inv. nr. 204), met het stadszegel.
      b. Afschrift in inv. nr. 2 p. 30.
      N.B. Vgl. regest nr. 10.


    40. 1560 mei 17.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Aeltgen, Mheyers en haar dochters Claessgen en Obrich, met hun momber Johan Wouterz., verklaard hebben aan Gryetgen Brincks, moeder te Begijnen opt Kerckhoff, ten behoeve van haar convent verschuldîgd te zijn en jaarrente van 12 stuivers uit hun twee hoven, waarvan zij één van het convent gekocht hebben, tezamen gelegen aan de oostzijde van de stad op de zee tegenover de hof van Wouter Thoenisszoon tussen de hoven van Reyner Peterz. en Wolff Jansszoon, waaraan eventuele schade verhaald mag worden "mit cort onvertoege off uytheemsch ind zeevarende recht".
      Oorspr. (inv. nr. 313), met het stadszegel.

    41. 1561 april 28.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Gerbert van Byssel en Engele, zijn vrouw, erkennen 50 gulden verschuldigd te zijn aan Wolff Brinck en Dierick Wyllemsen, weesmeesters, ten behoeve van de arme wezen binnen Harderwijck, waarvoor zij jaarlijks 3 gulden zullen betalen uit hun huis, dat zij bewonen, in de Bruggestraat gelegen tussen de huizen van Ludolph Huetinck of de erfgenamen van Thyman Mertensen en Gerryt Stulynck.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 34. Met aantekening dat deze rente maandag na Pasen 1579 is afgelost door Marrye, vrouw van Cornelis. Gedrukt: Moorman van Kappen, p. 242, met ten onrechte Gizbert van Byssel in plaats van Gerbert van Byssel.

    42. 1561 mei 5.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Cornelis Francken en Alijdt, zijn vrouw, aan Wolff Brinck en Dirck Willemsen, weesmeesters, ten behoeve van de arme wezen 60 hollandse guldens verschuldigd zijn, te verrenten met 3 gulden uit het door hen bewoonde huis aan de Brinck bij de Smepoort op de hoek van het straatje achter de muur naar het Catharijnenconvent, achter grenzende aan de stadsmuur, en uit hun andere daarnaast gelegen huis, dat zij gekocht hebben van Peter van Sprockelenburch.
      Oorspr. (inv. nr. 3l4), met het stadszegel.
      N.B. In Dorso: een renthebreeff sprekende op Cornelis Francken huys, modo Aert Jacobsen.


    43. 1561 november 26.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat mr. Wijnolt Crucius, rector, en Naele, zijn vrouw, Gerrit Roeloffsen, Jan Reynersen, mede voor Gerritgen Bartolts, zuster van zijn vrouw, en Gele, zijn vrouw, en Marie Bartolts, zuster van Gele, verkocht hebben aan Gerrit Francken en Geertgen, zijn vrouw, het recht dat zij hebben op de helft van Zeeger die Brouwerscamp, gelegen naast de Melaten tussen Jan van Dompselers camp en land van het Observantinnenconvent, door verkopers geërfd van Marie Gerrits.
      Oorspr. (inv. nr. 207), met het stadszegel. Gehecht aan de akte van 4 februari 1555 (regest nr. 23).

    44. 1562 april 26.
      Magdalena gravin van Wied, abdis van de stiften Elten en Nottelen, beleent ten overstaan van Andriss van Brugkhese en Johann Leich, leenmannen, Derick Franssen na dode van zijn vader Frans Derixsen met het halve goed te Halfwickhuisen in het kerspel Putten, behoudens het recht van lijftocht van Henrica Goissens, weduwe van Frans Derixsen, "so sij dat bewiesen kan", en van Ailheidtgin, dochter van Frans, en staat aan Derick Franssen toe dat hij "in ansehen des hastigen doits" van zijn vader en het grote aantal kinderen aan zijn broeders en zusters ieder 100 daler of de rente hiervan ten laste van dit goed zal geven.
      Oorspr. (inv. nr. 145), met het geschonden zegel van de oorkondster.

    45. 1566 juni 17 (to Putten).
      Heer Evert Swaer, pastoor te Nijckerck, deken en ordinarius judex van de geestelijke jurisdictie van Veluwen, oorkondt, dat voor hem en voor heer Andreas, kelner te Putten, en Geryt BesseIs, custos, als getuigen, in het gericht door heer Jacob Evertsen, priester te Putten, is verklaard dat de "gerasierden" akte van huwelijksvoorwaarden tussen Henrick Jansen en Merrye Evertsen door hem is geschreven en dat Johan Pannekoick en Reyner van Arler, schout van Putten, deze hadden bezegeld.
      Oorspr. op papier (inv. nr. 61), met het opgedrukte zegel van de oorkonder onder papieren ruit. Met ondergeschreven verklaring, dat 29 juni 1566 in het gericht te Putten door Reyner van Arler Hendrixz., schout te Putten, is verklaard, dat de gecancelleerde akte van 25 januari 1561, die aan Coert Henrixcs als gevolgmachtigde van de weesmeesters binnen Harderwijck vertoond is, de akte is, vermeld in bovenstaande verklaring en welke hij destijds had bezegeld.

    46. 1567 maart 6.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat zij met toestemming van de gemeenslieden 300 carolusgulden ontvangen hebben van Wolff Brinck, Rugter Henricxen, Wolff Zegers en Harbert Petersen, weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck, die oorkonders "in desse gevaerlijcke und periculoyse tijden tot timmeringe und andere onse stat nootlijcke costen und lasten" aangewend hebben, waarvoor zij de weesmeesters en rente van 18 carolusgulden zullen betalen uit de vier kampen land, die Alijth en Styne Dageraets eerst en Jan Wolffsen en Jan Theiessen vervolgens in pandschap hadden en die Evert Evertsen thans in pacht heeft.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 19.

    47. 1567 juni 2.
      Schepenen en raad van Harde'rwijck oorkonden, dat Luydt Gerritsen en Dylianen, zijn vrouw, aan Johan Jansen en Evertgen, zijn vrouw, een jaarrente van 5 enkele joachimsdaler verschuldigd zijn uit hun huis aan- de'" Marckt met de plaats daarachter, gelegen tussen het huis van Nanneman Reyersen en de "hanck" van Henrick van Sevener.
      Oorspr. (inv. nr. 320) met het stadszegel.
      N.B. Vgl. regest nr. 74.


    48. 1567 augustus 31.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Henrick Rijcksen en Henrickgen, zijn vrouw, verkocht hebben aan de weesmeesters Wolff Brinck, Rutger Henricksen, Wolff Zegersen en Herbert Petersen het vierdedeel van een hof voor de Lutticke poort, waarvan de wezen een vierdedeel bezitten, gelegen tussen land van Gerryt Maurissen aan de overzijde van de weg en de Curenhof, waarvoor verkopers tot onderpand stellen hun vierdedeel van een huis in de Paedzenstraat, gelegen tussen de huizen van de erfgenamen van Zeger Aeltzen en de erfgenamen van Henrick Courtsen.
      Oorspr. (inv. nr. 205), met het stadszegel.

    49. 1569 februari 24 (op donderdach nae petri ad catedram).
      Egbert Danielssen, schout te Heerde, en Truye, zijn vrouw, verklaren aan Johan Cockert en Margrita, zijn vrouw, verkocht te hebben een jaarrente van 9 daler, waarvoor gepeind mag worden aan een stuk tynsplichtig land, gelegen in het ambt en de buurschap Herde in het Geylbroick, geheten de Berseweyde, waar oostwaarts de Wobbenweyde, oostwaarts (sic) de Leygraven en westwaarts de St. Cathrinenvicarie belend zijn.
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 20.
      N.B. Vgl. regest nr. 54.


    50. 1569 juni 18.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Jenne Loicks, weduwe van Beert Pelen, met Albert Peterssen, haar momber, verkocht heeft aan Jorrien Jacobsen en Gijsbert, zijn vrouw, een huis in de Hogestraat tussen de stadsmuur en Gerryt Peterssen gelegen, zoals kopers dat bewonen en gebouwd hebben en eertijds geweest is van wijlen Jan Aertsen, de karreman, waarvoor verkopers tot onderpand hebben gesteld hun huis in het straatje waarin Seges Havensen woont, gelegen tegenover de Hollanschen Tuyn tussen het huis van wijlen Jan Coepsen en de "hanck" van Peter Henricksen.
      Oorspr. (inv. nr. 186), met het stadszegel.

    51. 1570 april 7.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Evert Evertsen en Janniken, zijn vrouw, verkocht hebben aan Wolff Segerssen en Evert van Domseler als weesmeesters binnen Harderwijck een hof aan de oostzijde van de stad gelegen tussen de hof van wijlen mr. Tonis van Besteren aan de zuidzijde en de Nonnenkamp aan de noordzijde en grenzende aan de weg, waarvoor zij tot onderpand stellen 5 schepel land te Hyrden, gelegen tussen het Amerffoerder plaggeland aan de oostzijde en land van Henrick Reyerssen en Gerryt Broenissen aan de westzijde.
      Oorspr. (inv. nr. 206), met het geschonden stadszegel.

    52. 1571 maart 18.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Hessell van der Lauwick en Beerte van Brenen, zijn vrouw, verkocht hebben aan Woilff Zegerssen, Herbert Peters sen en Evert van Domseler als weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck het Brenens kempken, gelegen in de vrijheid van Harderwijck, belend oostwaarts de Bredde, noordwaarts Willem Greve, westwaarts de gemene steeg en zuidwaarts de Nonnenkamp, belast met 200 carolus gulden, waarvoor zij tot onderpand stellen het door hen bewoonde huis in de stad Waegeningen.
      a. Oorspr. (inv. nr. 210), met het licht geschonden stadszegel.
      b. Afschrift in inv. nr. 2 p. 31.


    53. 1571 mei 13.
      Schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Jan Aertsen en Cornelisken, zijn vrouw, mede voor haar onmondige kinderen Geysken en Geertken Lamberts, verkocht hebben aan Woilff Zegerssen, Wolff Brinck, Herbert Peters sen en Evert van Domseler als weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck hun hof buiten de Smeepoort, gelegen tussen de hof van Wolff Brinck aan de noordzijde en de hof van Gryte Verhuet aan de zuidzijde, waarvoor zij tot onderpand stellen hun twee huizen aan de Merckt gelegen tussen de huizen van Wollter Janssen (?) en Aechte (?) Claes.
      Oorspr. (inv. nr. 208), met het geschonden stadszegel. In Dorso: Dessen breeff sprekende van de hoeff vuer die Smepoert an den Raem gelegen.

    54. 1574 maart 3.
      Johan Cockert en Margarita van Hulsen, zijn vrouw, verklaren aan Wolff Segersen, Wolff Brinck, Harbert Petersen en Evert van Dompzeler, weesmeesters binnen Harderwijck, verkocht te hebben de rentebrief van 9 dalers ten laste van Egbert Danielsen en Truyde, zijn vrouw, d.d. 24 februari 1569 (regest nr. 49).
      Afschrift in inv. nr. 2 p. 21.

    55. 1574 juni 25.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck, oorkonden, dat Wolter van Brenen een kamp hooiland, groot 4 dagmaten, gelegen bij de stadsweide, met drie hoeken aan de Westermeden en de vierde hoek aan de statstege grenzende, verkocht heeft aan Zeger Harmensen en diens broeder Antonis Harmensen, raadsvriend, waarvoor hij tot onderpand stelt 5 dagmaten hooiland op de Oestermeden op de Crommeren gelegen tussen de Armenpot aan de noordzijde en Reyer Aertsen aan de zuidzijde.
      Oorspr. (inv. nr. 209), met het licht geschonden stadszegel.

    56. 1575 maart 25.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat mr. Wynold Crucius en Naele, zijn vrouw, verkocht hebben aan Harbert Henrycksen en Elyessabet, zijn vrouw, een kamp land, gelegen aan de Zipelt, rondom met zijn vrije wallen in de Vrijheid van Harderwijck tegenover de stadsweide, waaraan Gerrit van Domseler aan de noordzijde, de Observantinnen aan de zuidzijde en Geert Heell aan de oostzijde belend zijn, belast met 171/2 stuiver 's jaars aan Johan Groll, waarvoor zij tot onderpand stellen hun huis in de Hoegestraat gelegen tussen de huizen van Wouter Aertsen en Henderick Gerritsen van Loevenum en hun aandeel aan een kamp aan de oostzijde (van de stad) aan de zee, belend door Gerrit Voet Jansen aan de westzijde en dr. Evert Poictou aan de oostzijde.
      Oorspr. (inv. nr. 214), met het stadszegel.

    57. 1575 april 20.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Jan Henderycksen en Naele, zijn vrouw, verkocht hebben aan Elbert Coesinsen en Gyessebertgen, zijn vrouw, Cornelis, Cunira en Alijdt Andresen, broeder en zusters, hun recht aan een kamp, groot 4 morgen, gelegen in Arckemeden, aan de oostzijde belend door Henderyck Scholten en aan de westzijde door Gerrit Elbertsen, hun recht aan het Nouye Clasengoed, gelegen in het ambt Putten in de buurschap Halffinckuisen, bewoond door Jan Dyrcksen to Stro, aan de noordzijde belend door Wolft Bertsen, aan de zuidzijde door het Broeck en aan de westzijde door de scholt van Putten, hun recht aan een halve morgen land genaamd de Overhaege, gelegen in het ambt ArmelI in de buurschap Telligt, aan de oostzijde belend door het Papenslach, aan de noordzijde door Nannemanserve en aan de zuid- en westzijde door het St. Agnietenconvent binnen Harderwijck, hun recht aan een erfje te Lovenum in het ambt ArmelI genaamd de Ruussinckxkuile, aan de noord- en westzijde belend door Lambert Jansen en aan de zuidzijde door Jan Reiersen, hun recht aan een morgen land in Arckemeden, waarin Hendryck Hubertsen en Elbert Hendericksen mede geëerfd zijn en hun recht aan een rentebrief, hoofdsom 100 gulden, ten laste van de kinderen van Henderyck van Meholt.
      Oorspr. (inv. nr. 154), met het licht geschonden zegel van, de stad.
      N.B. In Dorso: de kynderen van Dres Cornelissen.


    58. 1577 mei 20.
      Margaritha Theynnagels, weduwe van Roeliff van Oldenbernevelt, met Henrick Scholten Henricksen, haar momber, verklaart verkocht te hebben aan haar zwager en nicht Johan Jacopsen en Jutge, zijn vrouw, de rentebrief van 5 karolusgulden 's jaars d.d. 27 maart 1554 (reg. nr. 22).
      Oorspr. (inv. nr. 316), met de zegels van Henrick Scholten en Goitschalk Janssen.

    59. 1577 juni 9.
      Johan Jacopsen en Jutte, zijn vrouw, verklaren verkocht te hebben aan Wychman Segersen en Jannytgen, zijn vrouw, een rentebrief, die zij ingevolge de akte van 20 mei 1577 (reg. nr. 58) gekocht hebben, welke rente van 5 gulden 's jaars bij akte van 27 maart 1554 (reg. nr. 22) gevestigd was door Andrees Evertsen en Jutte, zijn vrouw, wegens 100 gulden, opgenomen van Margrita Theynnagells, weduwe van Roleff van Odenbarnevelt.
      Oorspr. (inv. nr. 316), met de geschonden zegels van Wolleff Voet en Gerrit Voet.

    60. 1580 augustus 20.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden dat mr. Gerridt Volmeryncks en Lysbeth van Beysteren, zijn vrouw, verkocht hebben aan Wolft Zegerssen, Wolft Brinck, Gerridt Goertss en Thoenis Harmenss als weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck een halve koolhof, gelegen "oestwart bij der see", aan de ene zijde belend door de weeskinderen en aan de andere zijde door Truytgen Stoelldreyers, die de andere helft van deze koolhof heeft, waarvoor zij tot onderpand stellen het vierdedeel van een huis, bewoond door TymanssHouderp, gelegen in de Hoegestraat.
      Oorspr. (inv. nr. 211), met het geschonden zegel van de stad.

    61. 1583 mei 12.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Gerritgen, weduwe van Wolft Segersen, Aelt Aeltsen en zijn broeder Dirck Aeltsen verkocht hebben aan Joan Wolterss, Reyner van Vanevelt, Johan Dirckss en Tobiass Rutgherss als weesmeesters van de arme wezen de rentebrief van 5 carolusgulden 's jaars d.d. 27 maart 1554 ( reg. nr. 22).
      Oorspr. (inv. nr. 316), met het geschonden zegel van de stad.
      N.B. In Dorso: Pilgrum Goerts, moer Jutte Aris erffgenaemen, modo Aert Petersen, de sone van Peter Reyersen opten Dick.


    62. 1584 september 27.
      Burgemeester, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Albert Wilhemss Voss en Rijckgen Leyendeckers, zijn vrouw, verkocht hebben aan zijn broeder Hessell Wilhemsen Voss en Geert Jurriens, zijn vrouw, een halve kamp, waarvan de koper de ander helft bezit, gelegen in het Encksteegje, waaraan noordwaarts de gemene steeg, oostwaarts Goutgen Brincks en zuidwaarts Anthoenis Hamalman aangeland zijn, belast met de helft van een jaarrente van 6 carolusgulden, hoofdsom 100 gulden, aan het St. Catharinenconvent, en zijn aandeel in de hof van zijn ouders, gelegen voor de Groete Poerte tussen Aechte Claesen en de kinderen van Peter Garridtsen.
      Oorspr. (inv. nr. 213), met het geschonden stadszegel.
      N.B. Getransfigeerd met de akten van 26 augustus 1525 en 8 maart 1595 (reg. nr. 13 en 69).


    63. 1587 augustus 12.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Henrick Boen en Jannetgen, zijn vrouw, verkocht hebben aan Libbe Luytges genaamd Froelick enHenrickgen, zijn vrouw, hun huis in de Snijderstraat gelegen tussen de huizen van mr. Roeloff Andriessen en Goutgen Goeyers, belast met een jaarrente van 51/2 gulden aan Meynt Henricksen, 3 rijdergulden aan de kerk en 28 stuivers aan St. Jurriensgilde, waarvoor zij tot onderpand stellen hun hof in het Lutticke Lohe, gelegen tussen land van het St. Catharinenconvent en Henrickgen, weduwe van Henrick Hazen.
      Oorspr. (inv. nr. 184), met het geschonden stadszegel.
      N.B. In Dorso: die huisinge van Froelick die Vrese.


    64. (15)89 juli 25.
      Johan van Echten verklaart 80 daler ontvangen te hebben van Erenst Henrix en Janneken, zijn vrouw, waarvoor zij de "grove en smalle tienden uit het Weemenland zullen genieten".
      Afschrift d.d. 1607 door de secretaris van Genemuiden in inv. nr. 663.

    65. 1592 januari 2.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Gerrit Francken en Marie, zijn vrouw, verkocht hebben aan Johan Luyten het derde deel van het door koper bewoonde en hem verder toebehorende huis, hof en hofstede, gelegen te Hierden bij de Schutteboem, belast met een jaarrente van een schepel rogge, voorheen aan de begijnen, nu aan de wezen, en 41/2 stuiver en een hoen 's jaars aan Henrick van Brienen en Sywart van Wijnbergen.
      Oorspr. (inv. nr. 243), met het geschonden stadszegel.
      N.B. In Dorso: Johan Luyten, modo Lubberth Renden 1 schepell roggen jairlix.


    66. 1593 mei 30 (binnen de stad Campen).
      Geert Loeze en Wolter van der Hoeve, geërfden in Veluwen, oorkonden, dat joffer Clara van Cuylenburgh, weduwe van Johan Mulerts, aan de armen in Harderwijk heeft gegeven haar halve erf Nuckengoed, gelegen te Hulshorst, en 31/2 morgen land in Arckemeden in het ambt Putten om uit de opbrengst iedere vrijdag op haar graf brood, boter en laken uit te delen, waarmede zij Pilgrum Goertsen van der Horst en Gerrit Jochemsen belast.
      Afschrift in inv. nr. 720.
      Gedrukt naar het origineel in Moorman van Kappen p. 268.


    67. 1593 oktober 1.
      Arnt van Hoeclum en joffer Guede Schaepz, zijn vrouw, verklaren verkocht te hebben aan Wilhem van Hueclum, Derrick Leydecker, Wolter van Wolthinghe en Tobias Rutgerssen als weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck een hoeve hooiland op Rijbroeck in het ambt van Ermel, waaraan oostwaarts de gemene weg, westwaarts Muyssem, noordwaarts verkopers en zuidwaarts Aert Herbertsen c.s. beland zijn, waarvoor zij tot waarborg stellen hun huis in de Donckerstraat te Harderwijck gelegen tussen het huis van Gerrit van Domseler en de huizen van wijlen Wilhem van Broeckhuysen.
      Oorspr. (inv. nr. 142), met de zegels van verkoper, Johan Wytten en Phylips van Spuelde.

    68. 1594 maart 6.
      Adophus Vetten, kelner te Putten en gevolgmachtigde van ambt en convent van Abdinckhove binnen paderborn, geeft toestemming aan Henryck Scholten Aeltsz. van der Nyckarck het aan de amt tynsplichtige Acampgen of Coeincxcampgen, groot 3 morgen, gelegen in het ambt Nyckarck in Arckemehen op de Arckergrafft, door hem 15 mei 1581 gekocht van Johan Wytte, te verkopen aan Celeman van Ommeren Wulffsz. en joffer Anthonia, zijn vrouw.
      Oorspr. (inv. nr. 123), met het zegel en de handtekening van de oorkonder.

    69. 1595 maart 8.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Hessell Willemszoon Vosch en Geerte van Cooth Jurriens verkocht hebben aan Wolter van Woltingen, Tobias Rutgerszoon, Arnt van Hoeclum en Ottho van Bronchorst als weesmeesters van de arme wezen binnen Harderwijck de Vossenkamp, waarnaast noordwaarts de gemene weg, oostwaarts de erfgenamen van Goutgen Brincx en zuidwaarts Boeckebinderskamp gelegen zijn, belast met het, pandrecht dat Gerrit Willemers op de halve kamp heeft en de helft van 200 keizersgulden, toekomende aan het St. Catrinenconvent, nu de Landschap, waarvoor zij tot onderpand stellen hun huis in het dorp Apeldoorn tegenover de Zwaene gelegen op de hoek naast het huis van Kessel Reyners.
      Oorspr. (inv. nr. 213), met het geschonden stadszegel.
      N.B. Gestoken door de akten van 26 augustus 1525 en 27 september 1584 (reg. nrs. 13 en 62).


    70. 1595 september 16.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Herbert Henricxz., mede voor zijn kinderen, verkocht heeft aan Wolter van Woltingen, Tobias Rutgersz., Arnt van Hoeclum en Otto van Bronckhorst als weesmeesters van het armen wezen huis van deze stad zijn kampje aan de Lege Sypelt, waar zuidwaarts de wezen, noordwaarts Hademan van Laers erfgenamen (Aert van Dompzelers zusterskinderen), oostwaarts Geert Hellen belend zijn (eertijds door hem gekocht van Wijnandt Crusius), belast met een jaarrente van 18 (171/2) stuiver aan Jan (Petersz.) Groll, waarvoor hij tot onderpand stelt zijn huis in de Donckerstraat gelegen tussen de huizen van Evert Boldewijn en Joachim Wilmss.
      Oorspr. (inv. nr. 214), met het geschonden zegel van de stad.
      N.B. Tussen () geplaatst de afwijkende tekst in de voorlopige koopakte van 12 augustus 1595.


    71. 1598 mei 8.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Abraham Luz en joffer Beatrix van Zuylen van Nyvelt aan het weeshuis binnen Harderwijck verkocht hebben de helft van een jaarrente van 6 daler ten laste van Anthonis Hamelman, waarvan de andere helft Evert van Linteloo toekomt.
      Oorspr. (inv. nr. 317), met het zegel van de stad.

    72. 1598 mei 31.
      Burgemeester, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Henrick van Averenck en joffer Johanna Crousen, zijn vrouw, aan Philips van Spuelde en Arnt van Sevener, weesmeesters van het weeshuis te Harderwijck hebben overgedragen een kampje land achter de Middelwall, westelijk door de weiden, aan de zuidzijde door de weg en aan de noordzijde door land van de Observantinnenbegrensd.
      Oorspr. (inv. nr. 215), met de zegels van de stad en van de raden Derck Voet en Arnt van Hoeclum.

    73. 1598 juni 3.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat jonker Evert van Linteloo en joffer Arnolda van Hoemen, zijn vrouw, aan Philips van Spuelde, Arnt van Sevener, Henrick van Moeurs en Herman Gerritsz. als weesmeesters overgedragen hebben een jaarrente van 3 daler ten laste van Antoenis Hamelman, zodat aan de wezen nu de gehele rente van 6 daler uit de kamp land van de erfgenamen van Dirck Willemsz. toekomst.
      Oorspr. (inv. nr. 317), met het geschonden stadszegel.

    74. 1598 augustus 16.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijckoorkonden, dat Evertgen, weduwe van Jan Eyberts, met Coop Scrassert, haar momber, overgedragen heeft aan haar nicht Geert Peters een rentebrief van 5 daler uit het huis van Luyt Gerrits en Deliane, zijn vrouw, gelegen aan deMerckt, d.d. 2 juni 1567 (reg. nr. 47).
      Oorspr. (inv. nr. 320), met het geschonden stadszegel.
      N.B. In dorso: Albert Reyersen modo pouwel ssen(?).


    75. 1598 november 6.
      Burgemeesters, schepenen en raad van Harderwijck oorkonden, dat Rijcket Henricxsen als gevolmachtigde van Hencke Henricx verkocht heeft aan Andrees Cornelissen en Helicke, zijn vrouw, een huis achter het Graeususteren klooster, nu de Munt, naast de huisjes van Rende Aerts gelegen.
      Oorspr. (inv. nr. 185), met het geschonden stadszegel.

    76. 1598 december 15.
      Burgemeesters, schepenen en raad Harderwijck oorkonden, dat Michiell Hamelman aan de wezen binnen deze stad 100 dalers schuldig is, waarvoor hij een jaarrente van 6 dalers zal betalen uit zijn kamp in het Engesteegje, waaraan oostwaarts de wezen, zuidwaarts de Graususteren, westwaarts Harmen van Ginckell en noordwaarts Wolff Brinck c.s. belend zijn.
      Oorspr. (inv. nr. 318), met het stadszegel.









      Copyright © door Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe Alle Rechten Voorbehouden.

      Gepubliceerd op: 2004-10-13 (10378 maal gelezen)

      [ Ga terug ]
Copyright � door Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe.
Alle Rechten Voorbehouden.
P H P - N u k e C o p y r i g h t © 2 0 0 4 b y F r a n c i s c o B u r z i . T h i s i s f r e e s o f t w a r e , a n d y o u m a y
r e d i s t r i b u t e i t u n d e r t h e G P L. P H P - N u k e c o m e s w i t h a b s o l u t e l y n o w a r r a n t y ,
f o r d e t a i l s, s e e t h e l i c e n s e
Pagina Rendering: 0.06 Seconden